Aangeboren heupafwijking

Inhoud

Er kan worden gesproken van een aangeboren heupafwijking als na de geboorte van een baby blijkt dat het heupgewricht niet op de juiste manier is ontwikkeld. In een groot aantal gevallen zal een aangeboren heupafwijking betekenen dat je te maken hebt met heupdysplasie. In aanzienlijk minder gevallen is er echter sprake van een ontwrichting van de heup. In veel gevallen kan door tijdig een behandeling te starten het probleem voor een belangrijk deel, zo niet volledig, worden opgelost. 

Het heupgewricht

Het heupgewricht behoort tot de zogenaamde kogelgewrichten. Tijdens het lopen en bewegen zal de heupkop van het dijbeen ronddraaien in de kom van het bekken. Deze soepele beweging is mogelijk dankzij een dun laagje kraakbeen (glad en verend weefsel) dat zich zowel op de kop als in de kom van het gewricht bevindt.

Verschillende soorten aangeboren heupafwijkingen

De twee meest bekende soorten aangeboren heupafwijkingen zijn:

  • Heupdysplasie: een minder goed ontwikkeld heupgewricht waarbij de kom niet voldoende diep is en de kop daardoor niet voldoende weet te omsluiten. De heupkop zal als gevolg daarvan eenvoudig uit de kom glijden.
  • Heupluxatie, ook wel heupontwrichting genoemd: een minder goed ontwikkeld heupgewricht waarbij de kom niet voldoende diep is en de kop daardoor niet voldoende weet te omsluiten. De heupkop zal als gevolg daarvan helemaal niet meer in de kom terechtkomen. 

Heupdysplasie

Heupdysplasie is een aangeboren ontwikkelingsstoornis die erg vaak wordt waargenomen (ongeveer 2 procent van alle baby’s die worden geboren hebben met deze aangeboren heupafwijking te maken). Als je lijdt aan heupdysplasie dan heb je geen pijnklachten, maar indien de aandoening niet wordt behandeld dan is de kans op klachten door artrose wel behoorlijk groot. 

De oorzaak van heupdysplasie is (nog) niet volledig bekend. Wel heeft onderzoek uitgewezen dat deze aangeboren heupafwijking veel vaker voor bij meisjes voorkomt dan bij jongens. Bij het ontstaan van de aandoening spelen bovendien erfelijke factoren een zekere rol. Ook lijkt de ligging van de ongeboren baby in de baarmoeder van invloed te zijn. Zo komt heupdysplasie bij stuitligging wat frequenter voor.

Heupluxatie

Als er sprake is van een heupluxatie dan is de heupkop uit de kom. Circa 1 op iedere 1.000 baby’s komt met deze aangeboren heupaandoening ter wereld. Als een baby wordt geboren met heupluxatie dan is er ook altijd heupdysplasie in het spel. Omgekeerd hoeft dit echter niet het geval te zijn: een baby met heupdysplasie hoeft dus ook niet altijd te lijden aan heupluxatie.

Als er aan allebei de zijden sprake is van heupluxatie dan wordt deze aandoening soms niet meteen opgemerkt. Er kan in een dergelijke situatie immers geen verschil in beenlengte worden waargenomen. Ook zullen de extra bilplooien aan zowel de linker- als de rechterkant hetzelfde zijn. Verder zal er geen verschil te zien zijn in de verkorting van de heupspieren waardoor allebei de beentjes van de baby even ver uit elkaar kunnen. Op het moment dat een kindje, dat lijdt aan een dubbele heupluxatie, gaat staan zal opvallen dat zij dit doen door hun rug hol te maken. Zodra een kindje met een dubbele heupluxatie loopt, zal dit met een soort waggelgang gebeuren omdat er dan voortdurend door de heupen wordt gezwikt. 

Het stellen van de diagnose

Het is essentieel om tijdig een diagnose te stellen bij een aangeboren heupaandoening zoals heupdysplasie of heupluxatie. Er kan dan immers ook op tijd een behandeling in gang worden gezet. Om hier zeker van te zijn, wordt een baby direct na diens geboorte hierop onderzocht. Maar ook op het consultatiebureau zal er veel aandacht worden besteed aan de heupen en eventuele heupaandoeningen. Indien er een aangeboren heupaandoening wordt vermoed dan zal er aanvullend onderzoek uit worden gevoerd om meer duidelijkheid te krijgen. Hierbij kun je denken aan het maken van een röntgenfoto of het uitvoeren van een röntgencontrastonderzoek. 

Wanneer moet er behandeld worden?

Bij baby jonger dan drie maanden zal heupdysplasie meestal spontaan genezen. Een behandeling zal dan niet aan de orde zijn. Als er een behandeling moet plaatsvinden dan zal dit meestal gebeuren als de baby drie tot zes maanden oud is. Indien de heup daadwerkelijk uit de kom is (heupluxatie) dan zal een opname in het ziekenhuis meestal noodzakelijk zijn. Wanneer een dergelijke opname niet het gewenste resultaat heeft of wanneer er zich weefsel tussen de heupkop en de heupkom bevindt dan is operatief ingrijpen nodig. 

Op tijd starten met een behandeling van heupdysplasie en heupluxatie zal in de meeste gevallen een prima resultaat weten te boeken. Door een dergelijke behandeling kunnen toekomstige problemen met de gewrichten vaak worden voorkomen. Bijna alle kinderen die op tijd behandeld zijn aan een aangeboren heupafwijking zullen een goede ontwikkeling van hun heupgewricht doormaken en in staat zijn een leven zoals alle andere mensen te leiden. Bij veel kinderen is de behandeling zelfs afgerond op het moment dat zij gaan lopen