Innoveren om sterftes bij cardiovasculaire gebeurtenissen te verminderen

Experten prijzen innovatieve behandeling aan voor de preventie van terugkerende hart- en vaatziekten (HVZ).

Er zijn dringende en eenvoudige oplossingen nodig om de huidige HVZ-pandemie in te tomen en therapietrouw na een cardiovasculaire gebeurtenis te verhogen bij patiënten. De polypill-aanpak zou door de Europese en Belgische medische gemeenschap en publieke gezondheidszorg als een innovatieve optie beschouwd moeten worden om de cardiovasculaire gezondheid te verbeteren. Dat zijn de voornaamste conclusies gepubliceerd in een recent artikel van BMC Pharmacology & Toxicology, gebaseerd op de discussies van een groep experten rond de gezondheidszorg in de EU.

3 op 10 Belgen

 “HVZ-patiënten moeten gedragsmatige risicofactoren zoals roken, een onevenwichtige voeding of onvoldoende beweging veranderen. Daarenboven moeten ze ook trouw blijven aan hun voorgeschreven behandeling. Wij, als cardiologen, zien dat dit vaak erg moeilijk is, zegt Valentín Fuster, General Director van CNIC (Madrid), Director of Mount Sinai Heart (New York) en eerste auteur van het artikel. Elk jaar sterven er minstens 31 000 Belgen aan de gevolgen van HVZ[1], ongeveer drie op tien Belgen. Bij die mortaliteits- en morbiditeitscijfers zijn ook patiënten inbegrepen die overlijden ten gevolge van een tweede cardiovasculaire gebeurtenis, die in de meeste gevallen voorkomen kan worden door aanpassingen aan de levensstijl en geneesmiddelen. Vooral het laatste punt is een lastige kwestie voor artsen en patiënten, want minder dan 60% van HVZ-patiënten houden zich aan hun voorgeschreven medicatie[2].

“Het gebrek aan therapietrouw bij onze patiënten na de eerste zes maanden van een cardiovasculaire gebeurtenis wordt erkend als een risicofactor en een bedreiging voor de terugkeer van HVZ”, aldus Dr. Catherine De Maeyer, voorzitster van de Belgian Working Group on Cardiovascular Prevention and Rehabilitation. “We hebben daardoor dringend nood aan innovatie binnen de beschikbare soorten behandelingen en opvolgingsopties voor deze groep. De geneesmiddelen zijn enkel doeltreffend als de patiënt zich aan de voorgeschreven therapie houdt.”

De polypill-aanpak

De recente publicatie The polypill approach – An innovative strategy to improve cardiovascular health in Europe in het wetenschappelijk tijdschrift BMC Pharmacology & Toxicology, evalueert het gebrek aan therapietrouw bij secundaire preventie dat meestal te wijten is aan het gebruik van meerdere geneesmiddelen of aan de complexiteit van de behandelingen. Het OESO haalt dat ook aan als een prioriteit binnen de publieke gezondheidssector. Het artikel beschouwt ook de doeltreffendheid van een mogelijke polypill-aanpak.

De polypill-aanpak heeft een significante verhoging in therapietrouw aangetoond, en dat leidt ongetwijfeld naar de verbetering van gezondheidsresultaten”, verklaart Dr. De Maeyer.

De eerste en enige cardiovascuaire polypill voor secundaire preventie beschikbaar op de Belgische markt en in twintig andere Europese landen, werd ontwikkeld door het Spaanse cardiovasculair onderzoekscentrum CNIC en het farmabedrijf Ferrer. Samen vormen ze een publiek-private partnership ondersteund door Europese financiering en geleid door Prof. Fuster.

Doorheen zijn ontwikkeling toonde de HVZ-polypill een significante stijging van 20% in de therapietrouw bij patiënten na een cardiovasculaire gebeurtenis, tegenover het apart toedienen van individuele geneesmiddelen[3] of tegenover de gewone zorg[4],[5],[6]. “Een belangrijke stap om de incidentie van secundaire cardiovasculaire gebeurtenissen te verbeteren”, besluit Prof. Fuster.

Binnen de publieke gezondheidssector draagt de poly-pill aanpak als klinische strategie voor secundaire preventie bij tot kostenefficiëntie[7]. “Door de aanpak beschikbaar te stellen voor patiënten zouden we kunnen bijdragen aan de duurzaamheid van gezondheidssystemen. Er wordt momenteel in Europa bijna €210 miljard uitgegeven aan HVZ[8]”, volgens Europarlementariër Aldo Patriciello. De Europese wetenschappelijke gemeenschap heeft daarbij al aangegeven dat de HVZ-polypill het HVZ-landschap kan verbeteren[9].

“De European Cardiovascular Prevention Guidelines hebben bij het belang van behandelingen de polypill-aanpak geïdentificeerd als een potentieel hulpmiddel om medicatietrouw te verbeteren. Dankzij de polypill moeten patiënten met een hoog risico op HVZ minder geneesmiddelen nemen en verbeteren hun gezondheidsvooruitzichten,” concludeert Dr. De Maeyer.

Naast Dr. Fuster werd het document mee opgesteld door Europarlementariër Francesc Gambús, Europarlementariër Aldo Patriciello, Margaretha Hamrin, hoofd van de Familial Hypercholesterolemia Foundation (Noorwegen), en Professor Diederick Grobbee, verkozen president van de European Association for Cardiovascular Prevention and Rehabilitation1. 

 

[1] Een cijfermatig inzicht in de bevolking. (n.d.). Retrieved from https://www.belgium.be/nl/over_belgie/land/bevolking

[2] Naderi SH, et al. Adherence to drugs that prevent cardiovascular disease: meta-analysis on 376,162 patients. The American Journal of Medicine; 2012

[3] Castellano JM, et al. A polypill strategy to improve adherence - Results from the FOCUS Project. Journal of the American College of Cardiology; 2014

[4] Thom S, et al. Effects of a fixed-dose combination strategy on adherence and risk factors in patients with or at high risk of CVD: the UMPIRE randomized clinical trial. JAMA; 2013

[5] Selak V, et al. Effect of fixed dose combination treatment on adherence and risk factor control among patients at high risk of cardiovascular disease: randomised controlled trial in primary care. BMJ; 2014

[6] Patel A, et al. A pragmatic randomized trial of a polypill-based strategy to improve use of indicated preventing treatments in people at high cardiovascular disease risk. European Journal of Preventive Cardiology; 2014

[7] Becerra V, et al. Cost-effectiveness and public health benefit of secondary cardiovascular disease prevention from improved adherence using a polypill in the UK. BMJ Open; 2015

[8] Wilkins E, et al., European Cardiovascular Disease Statistics 2017. European Heart Network, 2017.

[9] Piepoli M, Hoes A, Agewall S, Albus C, Brotons C, Catapano A, et al. European Guidelines on cardiovascular disease prevention in clinical practice (version 2016). Eur Heart J. 2016