Dwangstoornis

Een dwangstoornis wordt ook vaak aangeduid met een aantal andere termen, zoals:

  • obsessieve-compulsieve stoornis (afgekort als OCS of OCD),
  • obsessief-compulsieve stoornis eveneens afgekort als OCS of OCD),
  • dwangneurose (verouderde term).

In alle gevallen betreft het een psychische aandoening die onder kan worden gebracht bij de angststoornissen. Soms wordt een dwangstoornis ook ingedeeld bij de obsessieve-compulsieve- en aanverwante stoornissen.

Wat is een dwangstoornis?

Lang niet iedereen die lijdt aan een dwangstoornis zullen angst ervaren. In sommige gevallen kan angst een gevolg, in plaats van de oorzaak, zijn van een dwanggedachte of -handeling. Een dwangstoornis kan zich op verschillende manieren manifesteren, maar het meest voorkomende kenmerk is een obsessieve drang om sommige handelingen uit te voeren. Deze handeling worden ook vaak rituelen genoemd. Je voert dergelijke handelingen uit als reactie op een dwangmatige gedachte (obsessie).

Voor buitenstaanders lijken dergelijke handelingen overbodig en bovendien zullen zij de zo belangrijke details niet zien. De details zijn van cruciaal belang en dienen volgens een bepaald patroon uit worden gevoerd om de vermeende nadelige gevolgen te kunnen voorkomen. Je kunt hierbij onder andere denken aan het erg vaak controleren van het slot van een deur of het ongewoon vaak je handen wassen (anders dan bij smetvrees of mysofobie). Tevens kan een handeling of gedachte worden veroorzaakt door een sterk verantwoordelijkheidsgevoel. Je kunt dan bijvoorbeeld bang zijn om iets kwetsbaars te beschadigen of pijn te doen. Een dwangstoornis kan niet alleen voorkomen bij kinderen en adolescenten maar ook bij volwassenen. Veel volwassenen die lijden aan een dwangstoornis hadden hier in hu jeugd ook al mee te kampen.

Oorzaken van een dwangstoornis

Psychiatrische aandoeningen zijn ingewikkeld en om die reden is het aanduiden van een specifieke oorzaak in de regel onmogelijk. Lang was in de psychiatrie de psychoanalytische opvatting overheersend dat oorzaken doorgaans gezocht diende te worden in de vroege jeugd en dan in het bijzonder in (verdrongen) tegenstrijdige (ambivalente) gevoelens en –gedachten (die dikwijls betrekking hadden op seksualiteit). Deze visie heeft de laatste decennia echter flink aan invloed ingeboet. Heden ten dage wordt er in zijn algemeenheid van uitgegaan dat de wisselwerking tussen genetische- en omgevingsfactoren de vatbaarheid voor het ontwikkelen van een dwangstoornis tot gevolg hebben.

  • Psychologische factoren: gezien vanuit de evolutiepsychologie heeft telkens sprake van herhaald, of van stereotiep, gedrag ooit een beschermende functie ten opzichte van indringers, natuurgeweld, voedselgebrek of onhygiënische situaties. Met andere woorden: een dwangstoornis kan worden gezien als een oerdrift die nog altijd diep in de genen van de mens aanwezig is.
  • Genetische factoren: tweelingenonderzoek heeft aangetoond dat genetische factoren een rol spelen: mits de helft van een eeneiige tweeling een dwangstoornis heeft, dan is de kans dat de andere helft eveneens hieraan lijdt groter dan bij twee-eiige tweelingen. Ook is de kans op een dwangstoornis groter is wanneer je ouder of een kind hebt met een dergelijke stoornis.
  • Hersenbeschadiging: sporadisch is een hersenbeschadiging de veroorzaker van een dwangstoornis.
  • Neurologische afwijkingen: het is bewezen dat neurologische afwijkingen de basis zijn van dwangstoornissen. In dergelijke gevallen is meer grijze-, en minder witte stof, in de hersenen aanwezig. Daarnaast is de hersenactiviteit bij lijders aan een dwangstoornis afwijkend. Zo is er een verhoogde activiteit in de prefrontale schors van de hersenen evenals in de nucleus caudatus meetbaar.
  • Neurotransmitters: tevens zijn er aanwijzingen gevonden dat symptomen van een dwangstoornis samenhangen met een minder goed werkende neurotransmittersystemen. 

Overige vormen

De meeste mensen die last hebben van een dwangstoornis zijn zich bewust van hun irrationele gedrag. Ondanks dit besef, blijven ze hun dwangmatige handelingen toch uitvoeren om op die manier te voorkomen dat ze bang of gestrest worden.

Anderen beschouwen hun gedrag niet als ongewoon en zijn al evenmin van dit feit overtuigd. In een dergelijk dat geval is de dwangstoornis verwant aan een persoonlijkheidsstoornis en dient de aandoening dwangmatige- of obsessieve-compulsieve persoonlijkheidsstoornis (OCPS) te worden genoemd. Deze stoornis mag echter niet worden verward met een dwangstoornis zoals bedoeld met OCS

Een derde groep die geen dwangmatige handelingen verricht, maar wel dwanggedachten heeft, komt het voor dat er zich uiteindelijk toch dwanghandelingen zullen ontwikkelen waarmee de dwanggedachten geneutraliseerd zouden worden.

Obsessief betekent niet altijd een dwangstoornis

De term obsessief kan eveneens worden gebuikt in andere contexten, dikwijls om aan te duiden dat een persoon erg geconcentreerd of perfectionistisch handelt. In dit soort gevallen is er uiteraard niet altijd een stoornis in het spel. Er is pas sprake van een stoornis wanneer het obsessieve- of compulsieve gedrag je normale functioneren belemmert. Het is eveneens essentieel om dwangstoornissen en andere vormen van angst of stress te onderscheiden, zoals de alledaagse vormen van spanningen en stress.

Niets gevonden