Hik

De hik (singultus) wil zeggen dat je op adem moet komen nadat ademhalig niet vloeiend is geweest, bijvoorbeeld als gevolg van verdriet. Als je last hebt van de hik dat heb je te maken met het periodiek spontaan en onwillekeurig samentrekken van je middenrif op het moment dat je inademt. Het kenmerkende hikgeluid wordt overigens veroorzaakt door het acuut sluiten weer van je strotklepje.

De samentrekkingen zullen elkaar opvolgen met tussenpozen één of meerdere seconden. De hik is echter niet ritmisch en de frequentie kan uiteenlopen van 2 tot 60 keer in een minuut. Het fenomeen de hik komt veel voor en is niet prettig, maar in de regel wel onschuldig en van een beperkte duur. De hik heeft zijn naam te danken aan het typische geluid die erbij ontstaat.

Oorzaken van de hik

Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat de zenuwbanen, die het mogelijk maken om te hikken, reeds in de vroege embriotische fase aanwezig zijn, namelijk nog voordat de zenuwbanen voor de regulering van de gewone ademhaling zijn aangelegd.

De hik is voor een embryo dan ook een tegenhanger van de meer ingewikkelde longademhaling. Bij een foetus is de hik om die reden volkomen normaal en komt al vanaf de achtste zwangerschapsweek voor. Het hikken, zal afnemen naarmate de longen van de ongeboren baby verder rijpen. Bij de hik zijn een tweetal essentiële zenuwen betrokken:

  • de nervus vagus,
  • de nervus phrenicus.

Enkele behandelmethodes van de hik zijn er dan ook gericht op het onderbreken van de prikkeling van deze zenuwen.

Een kortdurende hik duurt in de regel maar enkele minuten. Bepaalde factoren kunnen de hik echter uitlokken, zoals:

  • een (te) sterke maagvulling door bijvoorbeeld te snel eten of het drinken van een koolzuurhoudende drank,
  • het eten van sterk gekruid of pittige voedsel,
  • een acute verandering van temperatuur,
  • roken,
  • een gevoel van onrust,
  • het drinken van alcoholhoudende drank,
  • een lachstuip.

Chronische hik wil zeggen dat de hik meer dan twee etmalen aanhoudt, of dikwijls terugkeert. Een chronische hik wordt meer bij mannen dan bij vrouwen waargenomen en is zowel hinderlijk als een bedreiging voor je gezondheid. Door voortdurend te hikken kun je namelijk met de volgende problemen te maken krijgen:

Behandelen van chronische hik

Chloorpromazine kan in worden gezet om chronische hik te behandelen maar kan wel een aantal bijwerkingen met zich meebrengen, zoals:

  • Je voelt je suf,
  • Je krijgt te maken met emotionele vervlakking,
  • Je krijgt te maken met bewegingsstoornissen.

Baclofen, is een geneesmiddel dat wordt gegeven om spasticiteit tegen te gaan en valt onder de zogenaamde GABA-B agonisten. Soms wordt ook een antipsychoticum of een anti-epilepticum gebruikt om de hik, als deze een chronische vorm aan heeft genomen, te behandelen.

Daarnaast wordt in bepaalde gevallen, als dergelijke medicijnen niet helpen, gezocht naar alternatieven. Hierbij kun je onder andere denken aan:

  • overgeven,
  • het ondergaan van hypnotherapie,
  • het ondergaan van psychotherapie,
  • een behandeling met acupunctuur

Op het moment dat helemaal niets geholpen heeft dan kun je een chirurgische blokkade in overweging nemen van de nervus phrenicus. Deze operatie kan echter leiden tot problemen met je ademhaling.

Zelfhulp bij de hik

Hoewel enkele van deze talloze huismiddeltjes tegen de hik ook in de medische literatuur worden genoemd, is er nooit systematisch onderzoek naar gedaan. Bij een chronische vorm van de hik werken dergelijk middeltjes in de regel overigens niet.

  • Het onderbreken van het ritme van ademhalen door, bijvoorbeeld:
    • je adem inhouden (eventueel terwijl je wat water drinkt),
    • het laten van boeren,
    • een schrikreactie,
    • in een zak ademen,
    • met je mond en neus uitademen (de Valsalva-manoeuvre)
    • de ademhaling versnellen door fysieke inspanning,
    • ontspannen en enkele keren diep ademhalen,
    • het drinken van een beetje water (eventueel met je hoofd omlaag gericht),
    • praten,
    • regelmatig en kalm, door je neus in en door je mond uit, ademhalen,
    • een niesreflex uitlokken.
  • Het prikkelen van je neus-, keelholte en huig door:
    • aan je tong te trekken,
    • je huig omhoog duwen,
    • ijs eten,
    • gorgelen met ijswater.
  • Het prikkelen van de nervus vagus door
    • druk uit te oefenen net boven je oogkassen,
    • licht poeren in je uitwendige gehoorgang.
  • Andere methoden
    • afleiding zoeken, zoals je gedachten op iets anders te richten,
    • een schijfje citroen eten,
    • het uitoefenen van druk op je buik, bijvoorbeeld door voorover op een kussen te gaan liggen met een kussen onder je buik, of door tegen een tafel te leunen,
    • het volledig ontspannen van je bovenlichaam.
  • Minder alledaagse technieken:
    • het stimuleren van de nervus vagus door massage van je anus,
    • het krijgen van een orgasme.