Hondsdolheid

Hondsdolheid, ofwel rabiës of lyssa, is een ernstige aandoening die veroorzaakt wordt door een infectie met het rabiësvirus. In de regel raak je besmet door een beet van een besmet dier (zoals een hond, een vos of een vleermuis). Hondsdolheid is zeer gevaarlijke ziekte voor de mens die, mits deze onbehandeld blijft, absoluut tot de dood. Ons land wordt sinds 29 oktober 2008 door de Wereldorganisatie voor diergezondheid vrij van hondsdolheid beschouwd.

Wat is hondsdolheid?

Hondsdolheid is een virale herseninfectie die, wanneer je eenmaal symptomen van de infectie vertoont, bij in alle gevallen fataal afloopt. Wereldwijd zijn er slechts enkele personen bekend die genazen van hondsdolheid. De verspreiding van het verantwoordelijke virus verloopt via het speeksel van besmette zoogdieren, vaak (maar niet in alle gevallen) zijn dit vleeseters. Met hondsdolheid besmette dieren zijn niet altijd herkenbaar, bepaalde dieren dragen het virus bij zich zonder er zichtbaar ziek van te worden. Er ontstaat echter een verdachte situatie als een dier agressief en onrustig reageert, of wanneer een dier dat normaliter in het wild voorkomt, zoals een vos, ongewoon tam wordt. Wereldwijd zorgt hondsdolheid nog altijd voor 40 tot 70 duizend doden per jaar.

Veroorzaker van hondsdolheid

Zodra het rabiësvirus in een spier- of zenuwcel zit dan begint het zich te vermeerderen. Het virus richt zich op zenuwcellen en is om die reden neurotroop te noemen. Op het moment dat het virus je lichaam binnendringt, zal het langs de zenuwbanen naar het centraal zenuwstelsel klimmen en van daaruit richting de overige organen verspreiden. Je speekselklieren bevatten hoge concentraties van het virus, wat de overdracht op anderen langs deze weg en/of een bijtwond vereenvoudigt.

Verloop van hondsdolheid

Na de besmetting zal er een incubatietijd zijn die qua lengte voornamelijk afhangt van de bijtplaats. Hoe verder deze van de hersenen ligt, hoe langer de incubatietijd zal duren. Een beet in je gezicht heeft bijvoorbeeld de kortste incubatietijd. In de incubatietijd zal het virus langs de zenuwbanen omhoog reizen in de richting van je centraal zenuwstelsel. De incubatietijd kan uiteenlopen van twee weken tot een behoorlijk aantal maanden.

De incubatietijd kan worden gebruikt om je alsnog te beschermen tegen het verantwoordelijke virus. Dit kan door middel van passieve– en actieve immunisatie. Zo zullen er immunoglobulinen gegeven worden en krijgt je, in enkele sessies, een rabiësvaccin toegediend. Op deze wijze wordt de uitbraak van deze ziekte in het gros van alle gevallen voorkomen. Het vaccin kan echter wel de nodige bijwerkingen hebben, maar gezien de onvermijdelijk fatale afloop van hondsdolheid is echter elke bijwerking acceptabel te noemen

Symptomen van hondsdolheid

Indien je niet gevaccineerd wordt dan kun je na enige tijd hondsdolheid krijgen. De symptomen kunnen sterk variëren, vaak begint hondsdolheid met aspecifieke symptomen, zoals:

  • een lichte verhoging van de lichaamstemperatuur (lichte koorts),
  • een gevoel van onbehagen,
  • hoofdpijn,
  • Afname van de eetlust,
  • Pijnlijke keel,
  • Misselijkheid,
  • prikkelbaarheid,
  • een verhoogde spierspanning,
  • overgevoeligheid voor fel licht,
  • overgevoeligheid voor harde geluiden.

De meest belangrijke symptomen, bij het stellen van de diagnose, zijn:

  • ongewone gevoelens in het deel van het lichaam waar je gebeten bent:
    • pijn,
    • jeuk,
    • koude,
    • tintelingen,
  • een verhoogde prikkelbaarheid,
  • spierkrampen.

Wanneer je water ziet en wanneer je probeert te drinken, kan dit krampen uitlokken van de spieren die betrokken zijn bij het slikken en de ademhaling. De krampen zijn zo onprettig dat je bang wordt voor water. Je kunt mogelijk tijdens een dergelijke krampaanval komen te overlijden. Verlamming van je kaakspieren zorgt ervoor dat je gaat kwijlen. Een mens met hondsdolheid is in theorie besmettelijk (wanneer een ander wordt gebeten) maar besmetting van medici komt in de praktijk eigenlijk niet voor.

In de laatste fase van hondsdolheid ontstaan er:

Voorkomen van hondsdolheid bij de mens

Wanneer je naar een streek gaat waar hondsdolheid voorkomt, dan kun je je laten vaccineren. Dit wordt echter alleen aangeraden als je voor langere tijd in een dergelijk gebied wilt verblijven (meer dan 3 maanden)

  • In nagenoeg alle gevallen vindt de besmetting plaats door een beet. Voorkom dus contact met potentiële dragers van het virus (dus ook honden) omdat een beet, en sporadisch ook een krab of een lik, je met hondsdolheid kan besmetten.
  • Aai in het buitenland in geen geval loslopende honden.
  • Ook in ons land, en omringende landen, geen vleermuizen zonder handschoenen vastpakken wanneer je die vindt.
  • Aai evenmin vossen die plotseling erg tam lijken te zijn.
  • Wanneer je wordt gebeten door een dier dat mogelijk hondsdol is, dan is het zeer wenselijk dat het betreffende dier gevangen en in quarantaine geplaatst wordt. Zo kan worden bekeken of het hondsdol is. Indien dit niet mogelijk is dan zal er doorgaans worden overgegaan tot preventieve vaccinatie.