Bijziendheid

Het fenomeen bijziendheid wordt in de medische wereld ook wel aangeduid als myopie. Het woord myopie is afkomstig van het Griekse μυωψ (muoops) dat vertaald kan worden als: bijziend of kortzichtig. Het betreft een ametropie (refractiefout) waarbij je objecten op afstand niet scherp kunt zien, maar wanneer je een object dichtbij haalt dan lukt dit wel. Je bent dan dus een myoop, ofwel iemand die (dicht)bijziendheid is. 

Vergentie

De scherpte waarmee je een object waarneemt zal uitgedrukt worden in een getal (vergentie). Vergentie geeft de relatie weer tussen de beweging van het ene ten opzichte van het andere oog. Een object met een vergentie van 0 zal, als je bijziend bent, niet scherp waar worden genomen terwijl als je het dichterbij haalt de vergentie zal veranderen in een negatief getal. Op het moment dat dit getal gelijk is aan de graad van de bijziendheid dan zul je het voorwerp wel scherp waar kunnen nemen.

Wat is bijziendheid?

Bijziendheid op zich is geen ziekte, maar een refractiefout in je oog. Het aanpassen van de sterkte van de ooglens (accommodatie) zorgt ervoor dat de lens gespannen zal worden naarmate het voorwerp zich verder weg of dichterbij bevindt en op die manier het beeld scherp geprojecteerd kan worden op je netvlies. Indien er sprake is van een verminderd accommodatievermogen, een te lang oog of een beetje platter oog zal leiden tot het scherp projecteren van een beeld voor het netvlies. Er kan dus gesproken worden van een te lange ooglengte en een te sterke ooglens.

Bijziendheid zal zich doorgaans vanaf het achtste tot het twaalfde levensjaar gaan ontwikkelen en in de tienertijd langzaam meer worden naarmate het oog groeit en dus ook de ooglengte toeneemt. Het brandpunt binnen je oog zal zich dan verder voor het netvlies komen te liggen. Zodra je volwassen ben geworden, zal de refractiefout in de regel stabiel blijven.

Waarom de benaming bijziendheid?

De indeling van oogafwijkingen, zoals ver- en bijziend, zijn samen met hun verklaring en correctie bedacht door Franciscus Cornelis Donders. De sterkte van de refractiefout kan worden gemeten door een opticien, een optometrist of een oogarts en wordt uitgedrukt in de dioptrie van de lenzen. Hoe hoger de refractiefout, hoe dichterbij je het object dient te houden om het scherp te kunnen zien.

Oorzaken van bijziendheid

De oorzaken van bijziendheid kunnen sterk uiteenlopen. De gigantische stijging van het aantal bijzienden de laatste vijftig jaar suggereert volgens bepaalde deskundigen dat het overmatig gebruiken van de ogen op korte afstand (zoals bij het gebruik van een computer of tijdens het lezen) dikwijls tot bijziendheid zal leiden.

Van bijziendheid is bekend dat er sprake is van een erfelijke bepaling. Uit wetenschappelijk onderzoek is vast komen te staan dat er 26 genen zijn die bijziendheid en refractieafwijkingen kunnen veroorzaken. Dergelijke genen hebben uiteenlopende taken, zoals het overdragen van signalen in de hersenen naar de ogen, het opbouwen van bindweefsel in de ogen en het ontwikkelen van het oog. Indien je drager bent van meerdere van dit soort genen dan heb je 10 keer meer kans om bijziend te worden.

Behalve erfelijke factoren spelen eveneens omgevingsfactoren een essentiële rol. Veel lezen of de mate waarin je tijdens je kindertijd buiten hebt gespeeld zijn factoren die bij erfelijk belaste personen bijziendheid kunnen veroorzaken of verergeren. Ook is vast komen te staan dat personen met een hogere opleiding, zoals universiteit, vaker bijziendheid zullen worden.

Hulpmiddelen bij bijziendheid

Om je beter te kunnen laten zien heb je, als je bijziend bent, een bril of contactlenzen nodig met zogenaamde concave lenzen. Dit wil zeggen lenzen met een negatieve sterkte. Dit soort lenzen zorgt er namelijk voor dat de stralen zo af worden geweken dat deze weer samen zullen komen op je netvlies. Hetzelfde effect kan bereikt worden door met een laser 4 tot 8 krasjes te branden in het hoornvlies. Op die manier zal de lens minder bol staan. Een laseroperatie aan je ogen zijn echter niet zonder risico's en het is bovendien nog altijd onduidelijk welke effecten je op langere termijn kunt verwachten.

Zodra de refractiefout heel groot is dan kunnen de gebruikelijke correctiemiddelen problematisch zijn. De glazen van een bril worden dan bijvoorbeeld erg dik aan de buitenrand en contactlenzen zullen dan niet altijd verdragen kunnen worden. Er zijn dan gelukkig nog een aantal chirurgische mogelijkheden. Zo kan er bijvoorbeeld een intraoculaire lens geïmplanteerd worden zonder dat er een staaroperatie wordt uitgevoerd. Door een dergelijke ingreep zal het dragen van een bril of contactlens niet meer nodig zijn. 

Als er een zogenaamde vervroegde staaroperatie, ofwel een Clear Lens Extraction And Replacement (CLEAR), wordt uitgevoerd dan zal de lens vervangen worden door een kunstlens. Een dergelijke ingreep kan er echter wel toe leiden dat je het accommodatievermogen van je oog verliest en alsnog een correctiemiddel nodig zal zijn. Het correctiemiddel zal dan overigens veel minder sterk hoeven te zijn dan voor de ingreep.