scrollTop top

Amblyopie of een lui oog: de oogarts legt uit hoe belangrijk een juiste behandeling is

Amblyopie of een lui oog: de oogarts legt uit hoe belangrijk een juiste behandeling is

1 tot 5% van de kinderen heeft amblyopie of een lui oog. Wat de oorzaken daarvan zijn en hoe je het kunt behandelen, legt oogarts Prof. Dr. Ilse Claerhout van AZ Maria Middelares ons haarscherp uit.

‘Wanneer je een lui oog hebt, zie je niet perfect door dat oog omdat het niet goed ontwikkeld is’, begint Ilse Claerhout. ‘Daarmee bedoel ik dat de hersenen niet hebben leren kijken met dat oog. Waarom dat zo is? Als één oog goed ziet en het andere niet, dan denken de hersenen: goh, wij gaan geen moeite doen om dat slechtziend oog te leren kijken. Er worden vervolgens geen verbindingslijnen aangelegd. Je wordt dus met een lui oog geboren. Gelukkig bestaat er in België een goed systeem om een lui oog bij kinderen te detecteren. Kinderen gaan naar Kind en Gezin en worden op school gescreend door het CLB. Vaak ontdekken zij dat er een probleem is. Ouders – en het kind zelf – merken namelijk niet zo snel dat één oog niet goed werkt. Het CLB test elk oog apart, waarna het het probleem snel duidelijk wordt.’

Drie oorzaken, drie oplossingen

Er zijn drie oorzaken voor een lui oog: ‘De eerste oorzaak is scheelzien. Bij jonge kinderen zie je soms dat er één oogje naar binnen draait (naar buiten draaien komt minder vaak voor). Als één oogje rechtstaat en het ander scheel kijkt, dan krijgen de hersenen twee verschillende beelden binnen. Om dat op te lossen, negeren ze het beeld van het oog dat scheel kijkt. De hersenen hebben op die manier geen last meer van het dubbelbeeld. De ontwikkeling van het schele oog gebeurt daardoor niet verder, wat heel slecht is uiteraard. Dat lossen we op door het goede oog af te dekken met een plakker. Zo wordt het luie oog getraind om weer beter te zien. Soms leert het oog door die plakker ook om rechtdoor te kijken, maar niet altijd. Gebeurt dat niet vanzelf, dan zetten we nadien het oogje recht met een operatie.’

‘Een tweede oorzaak van een lui oog is wanneer er een te groot verschil is in brilsterkte tussen beide ogen. Bijvoorbeeld: één oog heeft geen bril nodig en het andere een hele sterke. Door het slechtziende oog komen dan onscherpe beelden door. Net zoals bij het scheelzien, negeren de hersenen de troebele beelden. Deze situatie kunnen we oplossen door een juiste bril voor te schrijven, al dan niet in combinatie met een plakker om het oog opnieuw te trainen. De derde oorzaak, is niet typisch voor een lui oog. Het is een oog waar wel anatomisch iets mis mee is en eventueel geopereerd kan worden. Bijvoorbeeld; een ooglid dat naar beneden hangt en zo voor de pupilopening hangt. Net zoals bij de vorige twee oorzaken, zal het oog niet leren kijken en ontstaat er een lui oog.’

Behandelingen

We hadden het al kort over de plakkers die gebruikt worden, maar dokter Claerhout benadrukt het belang ervan: ‘Wordt het oog niet goed afgeplakt, dan kunnen we op latere leeftijd niets meer doen. De hersenen hebben dan nooit leren kijken met het luie oog. Hoe zo’n plakker precies kan helpen? Het is een manier om het luie oog te trainen. De plakker wordt dus op het goede oog geplakt en niet op het luie. Daardoor worden de hersenen gedwongen om terug verbinding te maken met het luie oog. Door het goede oog af te plakken, moet het luie oog wél alles zelf doen.’

‘Het frustrerende aan zo’n plakker is dat je het lang moet volhouden. Een lui oog kun je immers ontwikkelen tot de leeftijd van acht à tien jaar. In principe zou je dus een plakker moeten dragen tot die leeftijd. Stop je er te vroeg mee, dan wordt het oog weer even snel lui als dat het getraind is om niet lui te zijn. Eens de tien jaar bereikt en het oog goed getraind is, dan houdt het die capaciteit om te kijken wel. Het zal dus niet meer opnieuw lui worden. In bepaalde gevallen worden er druppels voorgeschreven voor het goede oog. Dat heeft hetzelfde effect als de plakker, maar het valt minder op. Dat druppeltje zorgt ervoor dat de pupil wijd komt te staan, waardoor dat oog niet goed ziet. Je laat het luie oog zo het werk doen. Een goede behandeling op jonge leeftijd is dus noodzakelijk. Sommige kinderen eindigen zelfs met een perfect zicht, de meeste blijven hangen op 80% à 90%.’


Deze artikelen kunnen u misschien ook interesseren…

Schrijf je in op “Gezond Vandaag” en ontvang de beste artikels dagelijks in je mailbox!