Concentratieproblemen

Vandaag de dag hebben steeds meer leerkrachten, maar ook andere personen die betrokken zijn bij het opvoeden en onderwijzen van kinderen, te maken met een verminderde concentratie van hun pupillen. Echt vreemd is dat overigens niet omdat het probleem van kinderen met concentratieproblemen alsmaar toeneemt en eveneens steeds vaker wordt geuit. Concentratieproblemen dienen dan ook als een serieus probleem te worden beschouwd. Zeker wanneer je je bedenkt dat ook alsmaar meer volwassenen te maken hebben met een verslechterde concentratie, bijvoorbeeld tijdens hun werk.

Wat is concentratie?

Met de term concentratie kan aan worden gegeven gedurende welke tijd je je aandacht op een bepaalde bezigheid kunt richten. Bij concentratie kan dus een verband worden gelegd tussen je aandacht en waar je op dat moment mee bezig bent, of moet zijn. Zo zal een kind alleen leerstof in zich op kunnen nemen als het voldoende aandacht hiervoor heeft en deze vast kan houden tot het leerdoel is bereikt.

Verschillende soorten concentratie

Op het moment dat, zowel een kind als een volwassene, een opdracht uit moet gaan voeren dan is daar in de regel een zekere mate van concentratie voor vereist. Echter niet voor iedere opdracht is een gelijke vorm van concentratie nodig. Concentratie kan dan ook in een aantal soorten onder worden verdeeld. Een onderverdeling kan overigens worden gemaakt naar verschillende aspecten van de aandacht. Hierbij kun je denken aan aandacht die onderverdeeld is naar:

  • De omvang van de inhoud van de aandacht:
    • voor een beperkte omgeving van de aandacht,
    • voor een brede omgeving van de aandacht,
  • De deel-geheel-gerichtheid van de aandacht:
    • aandacht gericht op details,
    • globaal gerichte aandacht,
  • De nauwkeurigheid van de aandacht:
    • diepgaande (secure) aandacht,
    • oppervlakkige aandacht,
  • De beweeglijkheid van de aandacht:
    • fixerende (stilstaande, op één punt gerichte) aandacht,
    • fluctuerende (beweeglijke, in het rond bewegende) aandacht,
  • De intensiteit van de aandacht:
    • veel en sterke aandacht,
    • weinig en zwakke aandacht,
  • De duur van de aandacht:
    • langdurige aandacht,
    • kortdurige aandacht,
  • De gelijkmatigheid van de aandacht:
    • stabiele (evenwichtige) aandacht,
    • labiele (wisselende) aandacht,
  • De activiteit tijdens de aandacht
    • actieve aandacht,
    • passieve aandacht,
  • Het opnamekanaal van de informatie:
    • visuele aandacht,
    • auditieve aandacht,
    • tactiel-motorische aandacht.

Bij elke afzonderlijke opdracht die uit moet voeren zullen dus één of meerdere van deze concentratievormen aangewend moeten worden. Wanneer je in je kindertijd op een normale manier gestimuleerd bent dan zullen al deze vormen spelenderwijs door je zijn gevormd. Afhankelijk van de uit te voeren opdracht zul je dus, zonder hierbij na te hoeven denken, overschakelen op de juiste vorm van concentratie.

Wanneer is er sprake van een concentratieprobleem?

Er kan worden gesproken van problemen met betrekking tot de concentratie als je voor het uitvoeren van een bepaalde opdracht niet de juiste concentratievorm aanwendt. De oorzaak hiervoor kan zijn:

  • je hebt deze vorm van concentratie niet ontwikkeld,
  • je kunt de juiste vorm van concentratie, om wat voor reden dan ook, niet gebruiken.

Hierbij dien je je wel te bedenken dat niet alle vormen van concentratie even goed zijn ontwikkeld, voor bij kinderen is dit het geval, en dat je ook vaak een voorkeur hebt ontwikkeld voor bepaalde concentratievormen. Een dergelijke voorkeur wordt ook vaak een cognitieve stijl of leerstijl genoemd.

Over het algemeen zal het uitvoeren van een opdracht, die bij een bepaald persoon past, niet veel energie kosten. Op het moment dat je een opdracht uit moet voeren die niet bij je cognitieve stijl past dan zul je je concentratie veel eerder verliezen waardoor je fouten gaat maken en/of een kleiner deel van de opdracht afmaakt.

Concentratiebelemmeringen en concentratiestoornissen

Wanneer je je dus je aandacht niet goed, niet voldoende lang of niet intensief genoeg op een bepaalde prikkel kunt richten, kan er gesproken worden van concentratiemoeilijkheden. Deze moeilijkheden kunnen echter onder worden verdeeld in:

  • Concentratiebelemmeringen: de vereiste concentratievorm is wel ontwikkeld maar deze kan niet aan worden gewend.
  • Concentratiestoornissen: de benodigde vorm van concentratie is niet goed ontwikkeld zodat er voor een bepaalde opdracht niet de juiste concentratievorm gebruikt wordt (er kan immers geen omschakeling naar de juiste vorm plaatsvinden).