Polsblessure

Bij een polsblessure heb je een letsel aan je pols. Dit kan een verzwikking of een overbelasting zijn. Bij een verzwikking van je polsgewricht, zijn de banden en het kapsel rondom de pols opgerekt of gescheurd. Verder kunnen je kraakbeen en de banden in je pols ook beschadigd zijn. Meestal is een val of een botsing de oorzaak van een polsverzwikking.

Als je pols overbelast is, heb je meestal pijn aan de binnenkant van je pols. Het is dan lastig en erg pijnlijk om je pols te bewegen. Meestal hebben vrouwen wat vaker last van een polsblessure dan mannen. Dit komt, omdat zij minder kracht in de pols hebben om krachten te kunnen opvangen.

De oorzaken

Naast een val of botsing, kan een polsblessure ook een andere oorzaak hebben. Vaak is dit langdurige en herhaaldelijke overbelasting van de pols. Dit kan ontstaan door sporten of het veelvuldig gebruik van technische middelen

Sporten

Een polsblessure door sporten, komt vooral voor bij tennissers. Als je tennist wordt er veel kracht op je pols uitgeoefend. Hierdoor kan er een polsblessure ontstaan. Dit is vooral zo als je te weinig kracht in je pols hebt, een verkeerde techniek toepast of een verkeerd racket gebruikt. Verder kan een polsblessure ook turners treffen.

Veel typen

Een andere oorzaak van een polsblessure, is het veelvuldig gebruik van een tablet, smartphone of pc. Door veel te typen, kan je pols overbelast raken. Dit kan dus klachten veroorzaken, zoals pijn aan de pols.

Carpal Tunnel Syndroom en reuma

Verder kan het Carpal Tunnel Syndroom (CTS) ook een reden zijn. Hierbij is de druk op een polszenuw verhoogd. Je ervaart dan pijnklachten in de pols en hebt last van tintelingen in de vingers. Doordat je polszenuw onder druk staat, wordt het veel lastiger om je hand en pols te bewegen. CTS wordt soms behandeld met een cortisone-injectie. Daarnaast kan iemand met reuma te maken krijgen met een polsblessure. Vooral bij koud en vochtig weer en bij te veel inspanning kan je hier last van krijgen.

De symptomen

  • Je kunt een polsblessure aan een aantal symptomen herkennen:
  • Pijn in de pols. De pijn voel je niet alleen onder belasting, maar ook als je rust
  • Minder bewegingsvrijheid: je kunt je pols niet goed buigen en strekken
  • Een zwelling van het polsgewricht
  • Een verkleuring van het polsgewricht: meestal is deze blauw
  • Hoe langer en vaker je pijn aan je pols hebt, hoe ernstiger de blessure is.

Als je last blijft houden van pijn in je pols, is het verstandig om even naar de huisarts te gaan. Deze kan vaststellen welke soort polsblessure je hebt. Is je pols verzwikt? Koel je pols eerst een kwartier met koud water of ijs. Pas daarna de ICE-regel toe:

  • I is Immobiliseren: zorg ervoor dat je pols niet beweegt
  • C is Compressie: plaats een drukverband
  • E is Elevatie: houd je pols hoog, het liefst boven harthoogte.

Bij een lichte polsblessure kan deze methode al snel helpen. Koel je pols de eerste twee of drie dagen een paar keer per dag. En houdt ook rust. Ga dus niet sporten, maar doe rustig aan. Als de pijn niet weggaat, kun je het beste nog een keer naar de arts gaan. Het is mogelijk dat er dan sprake is van een botbreuk of bandletsel.

Vaak helpt het ook om een polsbrace te dragen. Deze biedt ondersteuning aan je polsgewricht. Deze kan je eenvoudig aan- en uittrekken en werkt dus makkelijker dan een tape. De polsbrace biedt ondersteuning en zorgt voor druk en warmte. Dit geeft weer een pijnstillend effect.

Fysiotherapie helpt

Als je een aantal weken na de polsblessure toch nog een lichte pijn blijft voelen of deze minder goed kan bewegen, kan fysiotherapie uitkomst bieden. Wacht hier niet te lang mee. Als de pijn chronisch wordt, kan de pols minder goed behandeld worden. Waarschijnlijk zal de fysiotherapeut je eenvoudige oefeningen laten doen. Ook is het mogelijk dat je pols behandeld wordt met injecties met cortisonen of shockwave therapie.

Hoe kun je een polsblessure voorkomen?

  • Als je veel sport, loop je meer risico op een polsblessure. Er zijn een aantal maatregelen, die je kunt nemen om een blessure te voorkomen, zoals:
  • Het trainingsprogramma rustig opbouwen. Ga er dus niet ineens volop tegenaan, maar geef je lichaam de tijd om aan het sporten te wennen.
  • De juiste technieken gebruiken: laat je altijd goed informeren door de sportinstructeur over de technieken. Zo voorkom je dat je een verkeerde techniek toepast en dus sneller een blessure oploopt
  • Het uitvoeren van een warming-up en cooling-down
  • Je pols intapen bij een risicovolle sport, zoals tennis of squash
  • Het doen van spierversterkende oefeningen voor je polsen, onderarmen en handen
  • Het gebruiken van kwalitatief goed en sterk materiaal, zoals een goede tennisracket
  • Het gebruiken van beschermmateriaal, zoals polsbeschermers (bij inline skaten)