Dyslexie

Dyslexie wil letterlijk zeggen beperkt lezen; en wordt eveneens (onterecht) soms als woordblindheid aangeduid. In de wetenschap wordt de term dyslexie echter gebruikt om ernstige problemen met het kunnen lezen van woorden aan te duiden. Vaak wordt aangenomen dat dyslexie het gevolg is van het slecht functioneren van de fonologische taalverwerking. Over de oorzaak worden echter nog volop discussies gevoerd.

Onderzoek naar dyslexie

Uit wetenschappelijk onderzoek is vast komen te staan dat dyslexie een neurologische oorzaak heeft. Dit ondanks het feit dat er verschillende varianten en oorzaken voor dyslexie aan te wijzen zijn, kunnen in de regel je hersenen niet goed visuele- of auditieve informatie interpreteren. Je hersenen kunnen dit op uiteenlopende manieren gedeeltelijk, of bij een milde vorm helemaal compenseren door overige hersenfuncties in te zetten. De omvang van de dyslexie is hierbij bepalend. Om je hersenen de dyslexie beter te laten compenseren is het zaak dat je hersenen al op jonge leeftijd worden gestimuleerd en getraind. Dyslexie is een stoornis die in het bijzonder je leesvaardigheid, spelling en woordenschat zal beïnvloeden.

Verschillende vormen van dyslexie

Neuropsychologisch onderzoek heeft aan weten te tonen dat er verschillende vormen van dyslexie bestaan. Deze vormen hangen echter samen met specifieke problemen die je kunt ondervinden bij het lezen van woorden. Dyslexie kan ontstaan bij een kind in de vorm van een ontwikkelingsstoornis, of als gevolg van een hersenbeschadiging. Kinderen met dyslexie blijken een groep met grote onderlinge verschillen te zijn. Er zijn bijvoorbeeld problemen bij het herkennen van het visuele woordbeeld, maar ook problemen bij het taalbegrip en klanken. Het gros van de dyslectische kinderen (85 procent) blijkt eveneens niet zozeer moeite te hebben met de herkenning van een visueel woordbeeld, maar wel met het maken van een verbinding tussen een letter en een klank.

Oppervlaktedyslexie is een term die gebruikt wordt als je problemen hebt met het herkennen van het woordbeeld. Bij fonologische dyslexie is dit juist omgekeerd: je hebt geen moeite met het woordbeeld maar wel met de uitspraak van woorden. Je ondervindt hierbij in het bijzonder problemen bij het lezen van woorden die je niet kent of van niet bestaande woorden. Wellicht dat deze stoornissen samenhangen met schade in specifieke hersengebieden. Bij fonologische dyslexie betreft dit het centrum van Broca, terwijl bij oppervlaktedyslexie de linkertemporale kwab is beschadigd.

Symptomen van dyslexie

De ontwikkelingsstoornis dyslexie kan mensen van alle leeftijden betreffen maar de symptomen lopen uiteen per leeftijd.

In de vroege jeugd

  • problemen met de spraak,
  • problemen met taal,
  • problemen met de grammaticale ontwikkeling,
  • langzamere opbouw van de woordenschat,
  • achterblijvende fonologische ontwikkeling,
  • achterblijvende kennis van het alfabet.

In de latere jeugd

  • waarneming van spraak is doorgaans intact,
  • problemen met de geluidsstructuur van gesproken woorden,
  • problemen met het leggen van verbanden tussen klanken en de letters van een gedrukt woord,
  • problemen met de fonetische benadering bij het lezen,
  • problemen om de klankstructuur van een woord te tonen bij het spellen,

Dyslectische volwassenen

Hoewel je als kind met dyslexie veel van je problemen weet te overwinnen, zul je als volwassene toch subtiele luister-, lees- en schrijfvaardigheidproblemen ondervinden. Uit functioneel hersenonderzoek is vast komen te staan dat wanneer een volwassene met dyslexie moet zeggen of woorden moet rijmen, en dus verbale korte termijn geheugenfuncties uit moeten voeren, er slechts een gedeelte van de hersengebieden worden gebruikt die normaliter hier een rol bij spelen. Je fonologische problemen worden wellicht veroorzaakt door een minder sterke verbinding tussen de taalgebieden, die zich aan de voor- en achterzijde van je linkerhersenhelft bevinden.

Erfelijkheid en dyslexie

Dyslexie is een stoornis die de neiging heeft om familiegebonden voor te komen, en binnen de familie van iemand met deze stoornis komen in de regel ook mensen voor met andere problemen op het gebied van taal. Dyslexie wordt frequenter waargenomen bij jongens dan bij meisjes. Er zijn sterke aanwijzingen dat dyslexie zelfs erfelijk is.

De kans dat een dyslectische man een zoon krijgt die eveneens aan deze stoornis lijdt wordt door sommige geschat op 50 procent. Voor een dochter van dezelfde man ligt dit percentage een beetje lager.