Hartfalen

Hartfalen betreft een aandoening waarbij je hart niet meer in staat is om voldoende bloed uit te pompen om aan de behoeften van de diverse weefsels in je lichaam te kunnen voldoen. Normaliter is er sprake van een evenwicht tussen de hoeveelheid door je hart uitgepompt bloed en de zuurstof- en voedingsbehoefte van het weefsel.

Oorzaken van hartfalen

Hartfalen kan worden veroorzaakt door uiteenlopende factoren, zoals:

  • Je hartspier werkt minder goed:
  • Door een hartinfarct, net als gevolg het afsterven van een deel van je hartspier waardoor er littekens achterblijven. Je hartspier sterft af als er niet genoeg zuurstof aan wordt gevoerd. Door afsterving kan een gedeelte van de pompfunctie van je hart verloren gaan en enorme gevaren met zich meebrengen.
  • Door stofwisselingsziekten met als gevolg dat er uiteenlopende (en zelfs natuurlijke) lichaamseigen stoffen in je hartspier zich zullen opstapelen en de werking van je hartspier nadelig beïnvloeden.
  • Door virale- of bacteriële infecties van je hartspier.
  • Door vergiftiging, bijvoorbeeld door het gebruik of zelfs misbruik van alcohol, het gebruik van bepaalde geneesmiddelen tegen kanker, het gebruik van drugs of andere verdovende middelen.
  • Door een bepaald vitaminegebrek.
  • Door verdikking van je hartspier waardoor deze zich niet meer goed kan ontspannen en er gedurende de zogenaamde vullingsfase maar een geringe hoeveelheid bloed in je hart kan stromen.
  • De pompfunctie van je hart is afgenomen:
  • Door hartklepdefecten als gevolg van een lekkende hartklep. Hierdoor zal (een deel van) het bloed terugstromen en zo binnen je hart gaat circuleren. Een hartklepvernauwing kan hier eveneens aan ten grondslag liggen. Defecte hartkleppen kunnen zowel door infectie of slijtage ontstaan, maar eveneens aangeboren zijn.
  • Door hartritmestoornissen zal je hart bloed minder goed rond kunnen pompen en is zo een ritmeverschil veroorzaken in vergelijking tot je normale hartritme.
  • Erfelijke aanleg behoort eveneens tot de oorzaken van hartfalen. Met andere woorden: bepaalde vormen van hartfalen zijn genetisch bepaald.

Gevolgen van hartfalen

Hartfalen heeft een tweetal gevolgen:

  • gevolgen die verband houden met de verminderde werking van je hartspier
  • gevolgen die verband houden met de verminderde pompwerking van je hart.

Gevolgen die verband houden met de verminderde werking van je hartspier:

  • Een hartinfarct (de voornaamste oorzaak) dat zorgt voor het afsterven en het verlittekenen van een deel van je hartspier. Ook de pompfunctie van je hart kan hierdoor worden aangetast.
  • Stofwisselingsziekten die een opstapeling van verschillende lichaamstoffen in je hartspier veroorzaken en de spierfunctie negatief beïnvloeden.
  • Virale- of bacteriële infecties van je hartspier, vergelijkbaar met infecties van overige spieren in je lichaam.
  • Vergiftiging, zoals door het gebruik van te veel alcohol, en bepaalde medicatie tegen kanker.
  • Een gebrek één of meerdere vitaminen waardoor je hartspier minder goed gaat werken.
  • Verdikking van je hartspier waardoor deze slechter kan ontspannen en tijdens de vullingsfase kleinere hoeveelheden bloed in je hart kan stromen.

Naast de minder goede werking van je hartspier zijn er eveneens een aantal defecten aan je hart die de pompwerking kunnen verminderen. Denk hierbij aan een defecte van de hartklep, maar ook door een hartklepvernauwing, waardoor deze kan gaan lekken en (een deel van) het bloed weer terug zal stromen en nog een keer dezelfde weg af moet leggen. Je bloed zal dan minder rijk zijn aan zuurstof.

Behandelen van hartfalen

Allereerst zal de behandeling van hartfalen gericht zijn op het achterhalen en het behandelen van de onderliggende oorzaak. De behandeling is een apart stadium bij de aanpak van hartfalen.

Indien de spierkracht van (een deel van) je hart af is genomen dan zal er behandeling met behulp van geneesmiddelen in gang worden gezet. Een arts kan je dan de volgende middelen voorschrijven:

  • Bètablokkers die de hartfrequentie verlagen hebben een positief effect op de lange termijn.
  • ACE-remmers en ARB’s doorbreken de compensatie mechanismen die het hartfalen erger kunnen maken. Beide middelen zijn even effectief. Door een ARB aan de bestaande geneesmiddelen toe te voegen zal er in de regel een positief effect worden bereikt. ARB’s kunnen op hun beurt een prima alternatief zijn als je ACE-remmers niet goed verdraagt.
  • Cournarines verminderen de kans op stolselvorming in je, inmiddels aangetaste, hart.
  • Diuretica (plaspillen): bevorderen de vochtuitdrijving door je nieren en laten oedeem afnemen. Deze middelen worden dus alleen gegeven als je last hebt van oedeem.
  • Digoxine kan als laatste stap in de medicinale behandeling worden beschouwd en is bedoeld om de contractiekracht van je hart te verbeteren.

Wanneer er, ondanks het optimale gebruik van geneesmiddelen nog altijd gesproken kan worden van hartfalen dan kan een biverticulaire pacemaker in overweging worden genomen. Een pacemaker is uiteraard geen geneesmiddel, maar een klein apparaatje dat operatief onder je huid dient te worden ingebracht om je hart te helpen bij het optimaal uitvoeren van zijn functie.