Complicaties bij de bevalling

Doordat, zeker in een westerse land zoals België, zwangere vrouwen goed worden gecontroleerd, zijn ernstige complicaties een zeldzaamheid geworden. Door van tijd tot tijd naar een verloskundige, of gynaecoloog, te gaan voor diverse controles kunnen eventuele problemen vaak al in een vroeg stadium aan worden gepakt. Zo kan onder andere een stuitligging tijdig worden ontdekt. Maar zelfs door dergelijke periodieke controles kunnen complicaties tijdens de bevalling nooit voor de volledige honderd procent uit worden gesloten.

Complicaties bij je baby bij de bevalling

Een groot aantal complicaties dat bij je baby op kunnen treden bij de bevalling, zullen iets te maken hebben met een afwijkende positie van je baby of met de presentatie tijdens de geboorte. Zo kan je baby bijvoorbeeld met het gezichte naar voren in de richting van je buik liggen, maar eveneens is het mogelijk dat dit naar achter naar je rug is gekeerd. Daarnaast kan je baby zich presenteren met de billetjes. Het hoofdje zal dan pas als laatste worden geboren.

Er kunnen zich als gevolg van een ongunstige positie of presentatie uiteenlopende complicaties voor doen bij de baby, zoals:

  • Foetale nood is een situatie waarin je baby niet voldoende zuurstof krijgt door bijvoorbeeld ontlasting van je baby in het vruchtwater, een afwijkend hartritme of een niet (meer) goed werkende placenta. Het hartritme van de baby dient dan ook altijd goed in de gaten te worden gehouden en, indien nodig, zal er een kunstverlossing of keizersnede uitgevoerd moeten worden.
  • Na de geboorte geen ademhaling zal worden gevolg door een reanimatie van je kindje,
  • Een afwijkende geboortepositie, bijvoorbeeld wanneer je baby met het gezichtje naar je buik is gekeerd, zal als dat nodig is met een kunstverlossing of een keizersnede op worden gelost,
  • Een voorhoofds- of aangezichtsligging (respectievelijk het voorhoofdje is naar voren gebogen en het nekje is naar achteren gebogen) vragen meestal niet om ingrijpen omdat je baby vaak vanzelf in de juiste positie draait.
  • Stuitligging betekent dat je baby achterstevoren ligt, dus met de billetjes eerst. Hierbij kan, in het meest erge geval, het hoofdje van de baby dus klem komen te zitten met zenuw- of hersenbeschadiging (door zuurstofgebrek)of zelfs overlijden als gevolg. Soms kan een arts, in de laatste zwangerschapsweken je baby draaien door op je buik te duwen. Indien dit niet mogelijk is dan wordt er meestal gekozen voor een keizersnede zodat de risico’s voor de baby beperkt blijven.
  • Schouderdystocie wil zeggen dat het hoofdje van je baby al geboren is maar een schoudertje blijft steken achter het schaambeen van de aanstaande moeder. Hierdoor kan het kindje niet ademhalen en dient er een kunstverlossing of een keizersnede uit te worden gevoerd. De meeste gevallen van schouderdystocie komen voor bij relatief grote baby’s.
  • Uitzakking van de navelstreng is een situatie waarbij de navelstreng naar buitenkomt nog voor de baby is geboren. De navelstreng kan hierbij bekneld komen te zitten met een zuurstofgebrek voor de baby als gevolg. Een keizersnede zal uitgevoerd dienen te worden om je baby gezond ter wereld te brengen.
  • Navelstreng omstrengeld de hals van de baby is een situatie die ongeveer bij een kwart van de bevallingen ontstaat. Gelukkig hoeft dit geen schadelijke gevolgen voor je baby te hebben omdat een arts tijdens de bevalling de positie van de navelstreng kan voelen en deze terug kan schuiven over het hoofdje van de baby.

Complicaties bij de moeder bij de bevalling

Tijdens een bevalling kunnen er echter niet alleen complicaties optreden bij de baby maar eveneens bij de aanstaande moeder. Hierbij kun je onder andere denken aan:

  • Te vroeg gebroken vliezen waardoor de kans op infecties toeneemt. De bevalling dient te worden ingeleid als de weeën te lang op zich laten wachten of als er sprake is van een infectie.
  • Voortijdige weeën kunnen een vroeggeboorte tot gevolg hebben maar zijn lastig te stoppen. Wanneer er sprake is van vaginaal bloedverlies, of van gebroken vliezen, dan kan de bevalling door worden gezet. Wanneer er geen bloed wordt verloren of de vliezen niet zijn gebroken dan dient de aanstaande moeder rust te nemen en kunnen eventueel weeafremmende geneesmiddelen toe worden gediend.
  • Een afwijkend geboortekanaal, bijvoorbeeld doordat het te nauw is, een baarmoederhalstumor, een erg volle urineblaas of een extreme verstopping van de darmen, kan de bevalling behoorlijk lastig maken.
  • Vruchtwaterembolie is een situatie waarbij vruchtwater in de bloedsomloop van de aanstaande moeder terechtkomt en op die manier de longen kan bereiken. Als gevolg hiervan kan je hartritme versnellen of onregelmatig worden. Verder kun je last krijgen van een flauwte of een shock (en in het meest erge geval zelfs komen te overlijden).
  • Abnormaal bloedverlies uit de baarmoeder, dus meer dan ongeveer een halve liter, kan gevaarlijk zijn. Het bloedverlies wordt veroorzaakt door een niet goed samentrekkende baarmoeder waardoor de wond (op de plek waar eerst de placenta zat) blijft bloeden.
Niets gevonden