Kattenziekte (Toxoplasmose)

De kattenziekte (ook wel toxoplasmose genoemd) is een parasiet die van dieren op mensen wordt overgedragen. Deze overdracht gebeurt voornamelijk door katten. Het is echter ook mogelijk dat varkens, koeien en schapen besmet met de parasiet raken. De kattenziekte of toxoplasmose komt heel vaak voor in België: bijna de helft van de inwoners heeft deze ziekte wel eens gehad.

Uiterlijke en lichamelijke kenmerken

Als je toxoplasmose hebt, heb je dit niet altijd meteen door. Er zijn dan ook niet echte symptomen die heel specifiek zijn: het is meer alsof je een soort griepje hebt. Zo kan je als je de kattenziekte hebt, je lusteloos voelen, last hebben van opgezwollen lymfeklieren of een lichte koorts hebben. Deze klachten kunnen een paar maanden aanhouden. Als je eenmaal besmet bent met toxoplasmose, ben je voor de rest van je leven immuun. Je zult dus hierna nooit meer klachten krijgen. Als je een verlaagde weerstand hebt, kun je nog meer klachten krijgen dan de hierboven genoemde symptomen. Dit zouden de volgende klachten kunnen zijn:

In zeer zeldzame gevallen kan toxoplasmose ook invloed hebben op je gedrag. Je kunt je ineens heel anders gedragen. Daarnaast worden er door artsen soms verbindingen gelegd tussen toxoplasmose en psychiatrische ziekten. Deze verbanden zijn echter niet heel sterk.

Het ontstaan van de kattenziekte

De kattenziekte wordt veroorzaakt door een parasiet die de naam toxoplasmose gondii draagt. Deze parasiet nestelt zich in darmwand van katten en is daarom voornamelijk in de uitwerpselen van de huisdieren. Andere dieren kunnen echter ook besmet met de parasiet raken. Je kan het als mens oplopen door bijvoorbeeld de kattenbak te verschonen. Vooral jonge kittens dragen de parasiet vaak met zich mee. De uitwerpselen van jonge katten bevatten dan ook veel eitjes van de parasiet toxoplasmose gondii.

Het verschonen van de kattenbak is echter niet de enige manier waarop je besmet kan raken met de kattenziekte. Dit kan namelijk ook door het eten van rauw vlees dat besmet is met de parasiet (bijvoorbeeld van varkens, koeien of schapen), of doordat eitjes in het water terecht zijn geraakt. Het is bovendien ook mogelijk dat je besmet raakt door middel van besmette groente of gewassen. Dit kan enerzijds door het eten van groente die niet goed gewassen is, of anderzijds door te tuinieren waarbij je mest gebruikt dat met de bacterie is geïnfecteerd.

De gevolgen van de kattenziekte

De kattenziekte is in principe niet gevaarlijk. Bij katten zelf treden nauwelijks symptomen op. Soms treden er bij kittens wel gevolgen op, zoals diarree of hersenvliesontsteking, ontsteking van de lever of ontsteking van de longen. Bij schapen komen gevolgen van de parasiet vaker voor: er is niet zelden sprake van een miskraam. Voor mensen ontstaan er pas risico’s als je zwanger bent. Dit wordt ook wel congenitale toxoplasmose genoemd. Je kan je kind via de placenta (ook wel de moederkoek genoemd) besmetten. Voor je ongeboren kind kan dit betekenen dat er afwijkingen aan zijn of haar zenuwstelsel ontstaan, of dat er beschadigingen aan de ogen ontstaan. Het komt zelfs voor dat als je je in een vroeg stadium van de zwangerschap bevindt, je een miskraam krijgt. Als je je in een later stadium van de zwangerschap bevindt, loop je risico dat je kind te vroeg geboren wordt. Als het kind eenmaal geboren is, kan hij of zij last hebben van koorts, bloedarmoede, geelzucht of epilepsie. Ook kan je kind uitslag hebben, een vergroting van de lever of milt of een waterhoofd. Bovendien kan toxoplasmose leiden tot beschadiging aan de ogen van je kind, of zelfs tot het geheel verliezen van het zicht.

Het voorkomen van de kattenziekte

Er zijn verschillende maatregelen die je kunt nemen om de kattenziekte te voorkomen. Ten eerste is het van belang dat als je vlees kookt, je het vlees goed verhit. Rauw vlees kan veel verschillende soorten bacteriën bevatten, en door verhitting worden deze zogeheten bradyzoïeten onschadelijk gemaakt. Daarnaast is het ook belangrijk dat je huisdieren zoals katten niet hun behoefte doen waar je kinderen spelen, zoals bijvoorbeeld een zandbak. Dit kan door een deksel op de zandbak te leggen. Als je tuiniert, is het verstandig om handschoenen te dragen. En als je gewassen en groenten uit eigen tuin eet, moet je deze voor gebruik grondig wassen. Vervolgens moet de kattenbak elke dag verschoond worden, aangezien de eitjes van de parasiet pas na achtenveertig uur de infectie kunnen overbrengen. Als je op tijd de kattenbak verschoont, voorkom je dus besmetting. Als je zwanger bent, kun je beter helemaal geen kattenbak verschonen; laat iemand anders dit voor je doen.

Geen resultaten gevonden