BMI

BMI staat voor Body Mass Index en is een verhouding tussen je lengte en je gewicht. Deze wordt vaak gebruikt om te kijken of iemand een gezond gewicht heeft of juist te licht of te zwaar is. Je dokter kan je BMI uitrekenen maar dit kun je ook zelf doen met behulp van een applicatie of website waarop je je lengte en gewicht invoert.

De BMI kan niet gebruikt worden als betrouwbare maat voor overgewicht bij een individu, aangezien individuele verschillen in lichaamsbouw niet in de berekening worden meegewogen. Dit geldt met name bij grotere afwijkingen zoals ondergewicht en overgewicht. Afhankelijk van geslacht en leeftijd gelden er verschillende richtlijnen.

Ondergewicht

Is je BMI score lager dan 18,5? Dan spreekt men van ondergewicht.

Overgewicht

Bij een BMI score tussen de 25 en 30 spreken we van overgewicht. Dit brengt een extra risico op bijvoorbeeld hart- en vaatziekten, diabetes, gewrichtsklachten en andere aandoeningen met zich mee. Hoe hoger je BMI, hoe hoger dit risico.

Wanneer heb ik een gezond BMI?

Met een BMI score tussen de 18,5 en 25 zit je op een gezond gewicht. Probeer dan ook op gewicht te blijven. Zit je dicht bij de 18,5, dus bij de grens van ondergewicht? Zorg er dan voor dat je niet afvalt. Wanneer je bij de grens van overgewicht zit moet je proberen om niet aan te komen. Het hebben van een gezond BMI betekend dat je (bijna) geen verhoogd risico hebt op bovengenoemde aandoeningen en ziektes. Dit is dan ook het beste voor je gezondheid.