Aangeboren oogafwijking

Inhoud

De aangeboren oogafwijking die het meest frequent voorkomt, en die waarschijnlijk ook het meest algemeen bekend is, is scheelzien. Als je scheel kijkt, richten je ogen zich niet naar hetzelfde punt. Het ene oog focust zich op datgene wat je wilt zien, terwijl het andere oog (dat niet in lijn staat) in een andere richting kijkt. Vaak richt dit oog zich naar binnen of naar boven. In sommige gevallen zal het scheelzien samengaan met een lui oog. Een lui oog betekent dat het betreffende oog minder goed functioneert en alsmaar minder in staat is om details waar te nemen.

Naar de dokter met een oogafwijking

Vaak wordt het scheelzien al in de eerste kinderjaren of de kleutertijd waargenomen. In deze levensfase zal het gezichtsvermogen van een kind zich namelijk gaan ontwikkelen. Als je vermoedt dat er sprake is van een (aangeboren) oogafwijking dan is een bezoek aan je huisarts absoluut aan te raden. Wanneer scheelzien en/of een lui oog namelijk op tijd worden behandeld dan is de kans groot dat de klacht kan worden verholpen. Indien er wordt gewacht met behandelen dan zal een correctie vrijwel altijd onmogelijk zijn.

Aangeboren oogafwijkingen

Hieronder hebben we een aantal, meer of minder bekende, aangeboren oogafwijkingen op een rijtje gezet en van een korte beschrijving voorzien.

Cat Eye Syndroom

In ons land lijden slechts een paar tientallen mensen aan het zeldzame Cat Eye Syndroom, ook wel het kattensyndroom en Schmid Fraccaro syndroom geheten. Het betreft een zeldzame aangeboren genetische aandoening waarbij je te maken hebt met het ontbreken van de iris (iriscoloboom). Het syndroom staat echter niet op zichzelf maar zal mogelijk nog een aantal andere symptomen en aangeboren afwijkingen met zich meebrengen. Tijdens de celdeling is er iets mis gegaan waardoor er een gedeeltelijke trisomie of tetrasomie van chromosoom 22 ontstaat.

De oogafwijking zal direct bij de geboorte aan het licht komen en in de regel spontaan tot uiting komen. Soms kan iemand, die lijdt aan het Cat Eye Syndrom de afwijking wel doorgeven aan zijn, of haar, nakomeling. Het syndroom kenmerkt zich door een aantal uiteenlopende symptomen die niet alleen het oog betreffen maar door heel het lichaam kunnen voorkomen.

Duane-syndroom

Het Duane-syndroom is een oogbewegingsstoornis waaraan kinderen die scheelzien kunnen lijden. Het syndroom staat eveneens bekend als het congenitale retractiesyndroom en betekent dat je met een oog of ogen niet optimaal naar links of rechts kunt kijken. Hierdoor ga je dan ook vaak scheelzien of je hoofd in een ongewone houding plaatsen. De oorzaak van dit syndroom is (nog) niet bekend. Wel is vast komen te staan dat soms erfelijkheid een rol speelt. Hoewel het Duane-syndroom niet altijd wordt herkend tijdens de eerste levensjaren, is het toch al vanaf de geboorte aanwezig.

Het Duane-syndroom kan onder worden verdeeld in drie types. Alle vormen kenmerken zich door een veranderende grootte van de ooglidspleten en de problemen die er bestaan met het opzij kijken met één of beide ogen.

  • Type 1: heeft vooral problemen met het naar buiten draaien van het oog.
  • Type 2: heeft vooral problemen met het naar binnen draaien van het oog.
  • Type 3: heeft vooral problemen met zowel het naar binnen- als naar buiten draaien van het oog.

Een aangeboren, ofwel congenitale, nystagmus is een aandoening die je ogen voortdurend wiebelende, of trillende, bewegingen laat maken. Een aangeboren nystagmus kan het gevolg zijn van een slechte aansturing van de ogen door de hersenen. De exacte oorzaak is (nog) niet bekend. In sommige gevallen is een mutatie van het genetisch materiaal de oorzaak of is er tijdens de zwangerschap wat fout gegaan met de ontwikkeling van één of allebei de ogen. Een aangeboren nystagmus is in de meeste gevallen niet erfelijk. Indien dit wel het geval is dan kan het op uiteenlopende manieren over worden gegeven aan nakomelingen.

De wiebelende bewegingen die de ogen maken als iemand lijdt aan een nystagmus kunnen niet door deze persoon worden beïnvloed. Indien de ogen strak op één punt worden gericht, zullen de bewegingen zelfs vaak verergeren. In het donker zullen deze bewegingen echter meestal afnemen. Een nystagmus kan zowel bij één als bij allebei de ogen voorkomen. Bij een aangeboren nystagmus zal de betreffende persoon zelf in de regel geen trillend beeld zien omdat de hersenen het wiebelen wel uit het zicht filteren.

Iemand die lijdt aan een nystagmus zal problemen ondervinden bij het focussen van zijn, of haar, ogen op één punt. Details zullen als gevolg daarvan vaak minder goed, of helemaal niet, waargenomen kunnen worden. Door het hoofd in een bepaalde positie te plaatsen kunnen de oogbewegingen minder worden, en kunnen details soms beter worden bekeken. Wie wil sporten, gaat best eerst even langs bij de huisarts. Zo ben je voldoende geïnformeerd over het al dan niet kunnen uitoefenen van een bepaalde sport.