13 Dingen die je denkt als je dronken naar huis wandelt

13-dingen-die-je-denkt-je-dronken-naar-huis-wandelt.png

1. Naar huis is niet ver

Dronken voel je je zelfverzekerd en vind de weg naar huis gemakkelijk terug. Je woont namelijk niet ver weg. Wel laat je je fiets een nachtje staan totdat de sleutels weer wat minder opstandig zijn. Bovendien is lopen vast en zeker even snel en minder wiebelig.

2. De frisse lucht doet je deugd

Door een wandelingetje te maken in de frisse lucht zul je je al snel weer wat beter voelen. De frisse lucht zal je hoofd uiteraard snel weer helder maken. Ook het weeïge gevoel in je maag zal vast en zeker verdwijnen als je ven door de donkere nacht naar huis wandelt. Je hebt dan ook geen haast om thuis te komen.

3. Waarom willen mijn benen niet wat ik wil?

Je benen willen een andere kant op dan jij. Dat is wel een beetje raar. Ook werkt de zwaartekracht opeens niet meer mee. Je hoofd lijkt voortdurend naar de grond getrokken te worden. Gelukkig zijn er lantaarnpalen en vensterbanken waar je je aan vast kunt houden onderweg naar huis.

4. Waar moet je eigenlijk heen? 

De weg naar huis lijkt overigens ook veel langer dan normaal te zijn. Je ziet delen van je woonplaats die je nog nooit eerder zijn opgevallen. Dronken naar huis wandelen heeft dus ook zijn positieve kanten. Je loopt gratis en voor niets een toeristisch route als je dronken aan het wandelen bent.

5. Kan iemand me naar huis brengen?

Als mijn smartphone nu niet zou tegenwerken, en zo nodig zwemles moest nemen in het riool, dan had ik een taxi kunnen bellen. Ooit heb je iets vernomen over bussen die ’s nachts rijden, maar waar vindt je die op dit uur. Het kan vast geen kwaad als je even een rustpauze inlast bij een bushalte. Misschien heb je zelfs het geluk dat er een bus voorbij komt.

6. Waar is mijn bed?

Tijdens je dronken wandeling kun je eigenlijk maar aan één ding denken: je bed. Maar waar je je bed voor het laatst gezien heb weet je niet meer. Misschien heeft iemand het wel verstopt en zul je het nooit meer vinden. Je bed is echter het enige wat je nog wil. Je wilt immers alleen nog maar slapen.

7. Ik heb eigenlijk best wel honger

Door het wandelen in de frisse lucht heb je honger gekregen. Bij de eerste de beste eettent maak je dan ook een tussenstop om je trek te stillen. Je kunt je maag toch niet zo luidruchtig laten knorren. Buurtbewoners zouden immers zomaar wakker kunnen worden van dat kabaal.  

8. Waarom kijken mensen zo vreemd? 

Het is je opgevallen dat iedereen, die je op weg naar huis passeert, je vreemd aankijkt. Is het dan zo raar om in gesprek te zijn met jezelf? Of steun te zoeken bij een lantaarnpaal of een auto? Jij kunt er toch immers niets aan doen dat alles en iedereen je in de steek laat of niet meewerkt.

9. Nu moet ik echt naar huis

Nadat je je maag weer het zwijgen hebt opgelegd, moet je toch echt je reis voortzetten. Je moet namelijk naar huis want morgen moet er nog zoveel gedaan worden. Maar eerst nog even slapen want je maag is dan wel gevuld, je hoofd is nog lang niet leeg. Het enige wat je nog nodig hebt is slapen in je warme bed. Maar weer op weg dus.

10. Is de weg naar huis altijd zo lang?

Toen je op stap ging was je binnen een paar minuten op de plaats van bestemming. Waarom is de weg, nu je naar huis gaat, opeens een stuk langer geworden? Misschien is de weg vragen een goed idee. Maar aan wie kan ik dat doen? In velden of wegen is er geen sterveling te zien.

11. Deze plek herken ik

Deze plek heb ik vaker gezien. Volgens mij kan mijn huis nu niet ver weg meer zijn. Maar moet ik nu naar links of rechts? Alles lijkt zo op elkaar. Zelfs de voordeuren zien er allemaal hetzelfde uit.

12. Dan maar sleutels passen

Als dan toch alle voordeuren op elkaar lijken, zit er maar één ding op: sleutels passen. Maar waar had je die sleutels nu gelaten? Wanneer je eindelijk je sleutels uit je zak hebt gevist, ga je deur voor deur je sleutel passen. Waarom woon je dan ook precies aan het andere eind van de straat?

13. Nu nog naar binnen

Op een bepaald ogenblik lijkt je sleutel te passen. Nu moet je nog binnen zien te geraken. Dit valt echter niet mee want de deur lijkt vast te zitten. Een flinke duw kan misschien helpen? Na nog een paar duwen gaat opeens de deur open en staat je huisgenoot boos en slaperig voor je neus. Je bent weer thuis en kunt naar bed.