Hoeveel vlees hebben we eigenlijk (dagelijks) nodig en verschilt dat per leeftijdscategorie?

Vlees bevat heel wat cruciale voedingsstoffen en mineralen, die noodzakelijk zijn voor de goede werking van ons lichaam. Toch is het ook belangrijk dat je niet overdrijft met de consumptie van vlees, wat eigenlijk geldt voor nagenoeg alle voedingsmiddelen. Een goed evenwicht bewaren is dus de boodschap. Maar hoeveel vlees mogen we dan eigenlijk wel eten per dag? Dat hangt voor een deel samen met je leeftijd. We nemen daarom even de verschillende leeftijdscategorieën onder de loep. 

Baby’s 

Tijdens de eerste maanden van hun leven hebben baby’s genoeg aan melkvoeding. Eens ze 4 à 6 maanden oud zijn, worden daar groente-en fruitpapjes aan toegevoegd. Als je baby hieraan gewend is, kan je hen geleidelijk aan ook wat vlees of vis laten eten. Je begint best met één eetlepel en verhoogt dan de hoeveelheid geleidelijk aan tot zo’n 25 à 30 gram. Meestal begint men baby’s vlees te geven wanneer ze zo’n 6 à 7 maanden oud zijn. Op dat moment raken de ijzervoorraden die baby’s in de baarmoeder opgebouwd hebben namelijk opgebruikt en moet het ijzer geabsorbeerd worden uit voedsel. Vlees is een belangrijke bron van magnesium. 

Jonge kinderen (1-8 jaar) 

Jonge kinderen maken een cruciale groeiperiode door. Het spreekt dus voor zich dat het belangrijk is dat ze de nodige voedingsstoffen binnen krijgen. Vlees bevat belangrijke vitaminen, mineralen en voedingsstoffen. Naast ijzer is vlees namelijk ook rijk aan zink, calcium, eiwitten en vitamine B12. Die stoffen zijn belangrijk voor de groei en ontwikkeling van je kind. De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid voor vleeswaren bedraagt voor kinderen tussen de 1 en de 8 jaar zo’n 50 gram. Hoewel vlees dus belangrijk is, mogen kinderen het ook niet overmatig consumeren.

Pubers

Tijdens de puberteit verandert je lichaam sterk. Veel kinderen krijgen een groeispurt en maken een hormonale ontwikkeling door. Maar liefst 40 tot 45% van de volwassen botmassa wordt tijdens de puberteit gevormd. Ook de hoeveelheid spiermassa en bloed nemen toe. Daardoor hebben pubers meer behoefte aan ijzer en calcium. Vooral meisjes die voor het eerst hun maandstonden krijgen, hebben nood aan extra ijzer om de verliezen goed te maken. Aangezien vlees rijk is aan ijzer, is het een belangrijk voedingsmiddel voor pubers. De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid voor vlees bedraagt zo’n 100 gram. Ook hier is het opnieuw belangrijk ook niet overmatig vlees te gaan consumeren.

Volwassenen 

Ook volwassenen nemen heel wat vitaminen en mineralen op door vlees te eten. Voor volwassenen wordt de aanbevolen hoeveelheid meestal per week uitgedrukt in plaats van per dag. Zo raadt de Hoge Gezondheidsraad volwassenen aan om wekelijks niet meer dan 300 gram rood vlees en 30 gram bewerkt vlees te eten. Met ‘rood vlees’ wordt vlees van runderen, varkens, geiten, kalveren, paarden en schapen bedoeld. Gevogelte en konijn behoren dus niet tot die groep. Bewerkt vlees is vlees dat conserveerd wordt door het te roken, te vriesdrogen of te zouten, of vlees waar additieven aan toegevoegd werden.