scrollTop top

Van foetus tot bejaarde: zo ontwikkelen onze botten zich

Van foetus tot bejaarde: zo ontwikkelen onze botten zich

Knieschijf, ellepijp, dijbeen en sleutelbeen zijn maar een aantal van de botten waaruit ons geraamte bestaat. In totaal telt het skelet van een volwassene 206 botten. Botten zorgen er niet enkel voor dat we kunnen rechtstaan en bewegen, ze beschermen ook onze kwetsbare organen.

Hoe zit die botontwikkeling nu in elkaar? Hoe komt het dat een baby maar liefst 90 botten meer heeft dan een volwassene? En waarom hebben vooral ouderen last van botontkalking (osteoporose)? Je leest het allemaal in onderstaand artikel.

Wil je weten of je een verhoogd risico hebt op osteoporose? Doe dan deze test.

Het belang van groeihormoon

Hoe komt het dat onze botten langer worden?

Het groeihormoon speelt een cruciale rol bij de groei van de botten en de ontwikkeling van het lichaam. Het stimuleert eerst en vooral de groei van de pijpbeenderen. Onder invloed van het groeihormoon, maakt de lever de insulineachtige groeifactor-I aan (IGF-I).

IGF-I komt in de bloedbaan terecht waar het wordt vervoerd richting de pijpbeenderen. Aan de uiteinden van de pijpbeenderen zijn groeischijven aanwezig. Een groeischijf is opgebouwd uit kraakbeencellen.

De combinatie van groeihormoon en IGF-I stimuleert de kraakbeencellen om zich te vermenigvuldigen. Naast het aanmaken van nieuwe kraakbeencellen, worden er ook oude kraakbeencellen omgezet in bot. Hierdoor groeit het pijpbeen niet alleen in de breedte, maar ook in de lengte waardoor het kind groter wordt.

Wat gebeurt er met het groeihormoon als onze botten volgroeid zijn?

Het bot groeit het snelst bij ongeboren kinderen en in de kinder- en pubertijd. Na de groeispurt in de pubertijd is het lichaam praktisch volgroeid. Toch blijft de aanmaak van voldoende groeihormoon belangrijk. Het groeihormoon:

  • Stimuleert de stofwisseling
  • Beïnvloedt de sterkte van de botten
  • Bepaalt de hoeveelheid spiermassa
  • Zorgt voor een goede balans tussen water, vet en spieren in het lichaam

Het is dus zeker niet zo dat eens we volgroeid zijn, de aanmaak van het groeihormoon stopt. We hebben het ons hele leven lang nodig.

De botontwikkeling

Foetus

De botvorming van een (ongeboren) baby start al in de zevende week van de zwangerschap. Zowel in de buik als na de bevalling bestaan de botten van de baby grotendeels uit kraakbeen wat flexibel en buigzaam is. Hierdoor kan de baby tijdens de bevalling vlot door het geboortekanaal passeren. Kort voor de geboorte, komt er meer kalk in de botten waardoor het kraakbeen na de bevalling geleidelijk harder begint te worden.  

Baby

Bij de geboorte heeft een baby maar liefst 90 botten meer dan een volwassene. Dat komt doordat de botten van een baby nog veel meer uit elkaar liggen. Ongeveer drie maanden na de geboorte gaan de botten van de baby langzaam verharden en sluiten.

Er komen ook een aantal botten bij op latere leeftijd. Zo bestaat het polsgewricht van kinderen jongeren dan twee jaar uit drie botten in plaats van acht. Ook de knieschijven ontwikkelen zich pas in het eerste levensjaar. Vanaf twee jaar vindt de eerste snelle botgroei plaats die wordt gevolgd door meerdere groeispurten tot in de puberteit.

Puberteit

Vanaf het 17e tot 20e levensjaar wordt de botdichtheid het meest opgebouwd. Doordat jongens over het algemeen vaker sporten, worden hun botten iets sterker. Fysieke activiteit zorgt ervoor dat de botten onder positieve stress komen te staan, wat de botdichtheid en daardoor ook de botontwikkeling in het algemeen ten goede komt. Dat verklaart waarom het zo belangrijk is om kinderen van kleins af aan te motiveren om op regelmatige basis te sporten.

Tussen 20 en 35 jaar

Het lichaam breekt botten, die een bron van calcium zijn, af. De kalk die onttrokken wordt, komt in het bloed terecht. Dat is ook het proces dat plaatsvindt wanneer er sprake is van een breuk; het lichaam trekt automatisch calcium uit de andere botten om het beschadigde bot te herstellen. De opbouw en afbraak van de botten is mooi in balans waardoor dat geen probleem vormt.

Vanaf 35 jaar

De botdensiteit neem af waardoor de botten fragieler worden. Het risico op breuken neemt hierdoor toe. Het probleem is dat de afbraak van de botten voortaan sneller verloopt dan de vernieuwing. Herstellen van een botbreuk is dus niet meer zo evident als voordien. Daarbij komt dat de botdensiteit afneemt, waardoor we jaarlijks 0,3 tot 0,5% bot verliezen en dus krimpen. Men spreekt over ‘de midlifecrisis van het skelet’.

Bij vrouwen hebben de hormonen een negatief effect op de botdichtheid. Doordat het vrouwelijke oestrogeenhormoon tijdens de menopauze vermindert, verliest een vrouw tot 3% aan botmassa gedurende de eerste vijf jaar van de overgang.

Vanaf 50 jaar

Over het algemeen daalt de fysieke activiteit van 50-plussers. Dat gaat vaak gepaard met minder blootstelling aan buitenlucht en vitamine D, waardoor calcium minder goed opgenomen wordt.

Vijftigplussers lopen hierdoor een groter risico op botontkalking (osteoporose). Het calciumsupplement CalxPlus, dat niet enkel calcium maar ook vitamine D en vitamine K bevat, kan preventief gebruikt worden om osteoporose te vermijden.

Sterke botten? Calciumrijke voeding en fysieke activiteit

Het is duidelijk dat de kindertijd en adolescentie de cruciale periode zijn wat betreft botontwikkeling. Hoe hoger de botdichtheid op jonge leeftijd, hoe langer we genieten van sterke botten.

De manier waarop onze botten zich ontwikkelen wordt enerzijds bepaald door niet-beïnvloedbare factoren zoals etniciteit, geslacht, erfelijkheid en maturiteit, maar anderzijds ook door enkele beïnvloedbare factoren zoals voeding en fysieke activiteit. Wij lichten de twee belangrijkste beïnvloedbare activiteiten, die van toepassing zijn in elke levensfase, kort toe.

1.      Voeding

Voedingsmiddelen die calcium bevatten, helpen tijdens de kindertijd bij het ontwikkelen van sterke botten. Calcium is een mineraal dat je enkel via voeding tot je kunt nemen. De gemakkelijkste manier voor een kind om veel calcium op te nemen is via melk en afgeleide producten. Vandaar dat men hamert op het belang van borst- of flesvoeding bij baby’s. Hoe meer calcium een kind opneemt, hoe sneller het skelet ‘rijp’ wordt. Voor kinderen en jongvolwassenen adviseert men een dagelijkse calciumhoeveelheid van 120 mg.

2.      Fysieke activiteit

Bewegen zorgt ervoor dat calcium beter opgenomen wordt door het lichaam. Fysieke activiteit komt niet enkel de algemene conditie van het kind maar ook de botontwikkeling ten goede. Is hij of zij niet echt sportief aangelegd? Op zondag een boswandeling maken werpt ook zijn vruchten af.


Deze artikelen kunnen u misschien ook interesseren…

Logo Gezond

Meest gedeeld

Schrijf je in op “Gezond Vandaag” en ontvang de beste artikels dagelijks in je mailbox!