Tenniselleboog: Wat is het? Operatie & Oefeningen ter Genezing

tenniselleboog-wat-operatie-oefeningen-ter-genezing.jpg

Een blessure die bijzonder vaak voorkomt en erg lastig kan zijn in verschillende situatie, is de tenniselleboog. Wanneer je last hebt van een tenniselleboog, heb je last van een ontstoken pees in de buurt van, uiteraard, de elleboog. Deze ontsteking kan op verschillende momenten pijn veroorzaken, bijvoorbeeld wanneer je je hand buigt of als je je elleboog strekt.

Dit artikel is volledig gewijd aan de tenniselleboog. Op deze pagina wordt namelijk ingegaan op de naam van de blessure, de oorzaken die er aan ten grondslag liggen, de symptomen die ermee gepaard gaan, de manier waarop een tenniselleboog gediagnosticeerd wordt en manieren waarop het behandeld kan worden. Laten we echter bij het begin beginnen en eens kijken naar de naamgeving.

Naamgeving en de oorzaken van een tenniselleboog

De naam tenniselleboog suggereert dat deze vervelende blessure uitsluitend voorkomt onder tennissers of toch op zijn minst veroorzaakt wordt door het beoefenen van deze sport. Beide opvattingen zijn echter pertinent onwaar, evenals de associatie die vaak gemaakt wordt met het golfen. Dit betekent overigens niet dat deze twee sporten géén tenniselleboog kunnen veroorzaken, want dat is weldegelijk het geval, maar wel dat er nog tal van andere, minstens even vaak voorkomende oorzaken voor deze blessure zijn.

Wat alle oorzaken van een tenniselleboog eigenlijk met elkaar gemeen hebben, is dat er sprake is van een vorm van overbelasting. Dat betekent niet gelijk dat er sprake moet zijn van grote fysieke inspanningen, zoals sporten, wat je misschien zou verwachten. Ook door een vrij ‘lichte’ beweging tot in het eindeloze te herhalen, kan de blessure namelijk opspelen. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer je dagen achtereen aan een werkstuk werkt en dus heel veel moeten typen. Op den duur kan het zo zijn dat de pees in je elleboog dit niet aankan en er dus een ontsteking optreedt.

Zwaardere activiteiten kunnen natuurlijk ook voor overbelasting van diezelfde pees zorgen. Hierbij wordt vaak gedacht aan sporten, wat door het competitieve karakter natuurlijk een mogelijkheid is, maar ook wanneer je dagen achtereen aan het schilderen bent, kan een tenniselleboog ontstaan. Eveneens is het mogelijk dat er direct letsel optreedt, zonder de eindeloze herhaling. Dit gebeurt wanneer de overbelasting dermate groot is dat het in geen tijd een tenniselleboog veroorzaken kan.

Symptomen en Diagnose

Je weet nu op welke momenten je een tenniselleboog krijgen kunt en weet dus wel ongeveer wanneer je een risico loopt,  maar je weet nog niet hoe je de blessure als zodanig kunt herkennen. Je weet, kortom, nog niet wat de symptomen zijn. De meest typische hiervan hebben wij hieronder echter voor je op een rijtje gezet:

  • Pijn aan de buitenkant van de elleboog (vooral bij het uitstrekken van de elleboog of het buigen van de pols).
  • Uitstralende pijn naar je pols, onderarm, hand, schouder en bovenarm, hoewel die laatste twee slechts sporadisch voorkomen.
  • Verminderde kracht in de arm.

Het hebben van al deze symptomen duidt er waarschijnlijk op dat je een tenniselleboog hebt. Het hebben van een tenniselleboog kan echter ook zonder al deze symptomen te hebben. Echter is het wel zo dat het eerste symptoom bij vrijwel iedereen terugkeert. Dit is dan ook de meest fundamentele klacht bij een tenniselleboog.

Wil je echter zeker weten of je wel of niet een tenniselleboog hebt, dan is het aan te raden om langs een fysiotherapeut of de huisarts te gaan. Zij hebben namelijk een handig trucje om de diagnose te kunnen stellen. Dit trucje houdt in dat ze op de aanhechting van de pees van de elleboog drukken, terwijl ze je vragen om met je hand naar de handrug op de pols te bewegen. Als dit pijn doet, dan kan de diagnose tenniselleboog met zekerheid gesteld worden.

Als rusten niet genoeg is

In principe gaat een tenniselleboog vanzelf weer over, mits je genoeg rust neemt. Dit kan echter wel een tijdje duren en is in sommige gevallen simpelweg niet afdoende. Als dit het geval is, dan zijn er gelukkig ook nog andere mogelijkheden om te herstellen van een tenniselleboog.

Omdat het om een ontsteking van de pees gaat, zijn de meeste behandelmethodes erop gericht om die ontsteking aan te vallen. Dit kan bijvoorbeeld heel simpel door het voorschrijven van ontstekingsremmers. Iets ingewikkelder en drastischer is het inspuiten van corticosteroïden in je elleboog. Ook deze hebben echter als doel om de ontsteking tegen te gaan. Hetzelfde geldt voor een shockwave-therapie, waarbij de ontsteking bestreden wordt met schokken en/of geluidsgolven. Het nut van deze laatste therapie is echter (nog) niet wetenschappelijk onderbouwd.

Hoewel veel mensen er voor kiezen om een tenniselleboog met acupunctuur of een massage te behandelen, blijven ook dit alternatieve geneeswijzen, waarvan de effecten onduidelijk zijn. Wat gevoelsmatig voor iedereen wel helpt, is verzorgen van de elleboog met ijs. Dit vermindert de pijn en remt de ontsteking. 

Oefeningen voor het herstel

Hoewel een tenniselleboog verre van een levensbedreigende blessure is, is het voor degenen die er last van hebben bijzonder vervelend. Het kan je in het dagelijks leven namelijk flink beperken en daar komt nog eens bij dat de blessure vaak bijzonder hardnekkig is. Gelukkig kun je echter wel zelf aan de slag om het herstel te bevorderen. Dit doe je aan de hand van oefeningen, die je waarschijnlijk bij een fysiotherapeut ook voorgeschoteld krijgt. Wij stellen twee van deze oefeningen hier aan je voor.

Bij de eerste oefening vouw je allereerst je handen tegen elkaar aan. Vervolgens buig je de beide handen voorover en probeer je ze naar onderen te laten wijzen. Let er hierbij wel op dat je dit niet overdrijft, overstrekking kan namelijk voor nog grotere problemen zorgen. Vervolgens buig je de beide handen weer naar boven en herhaal je de oefening. Dit doe je enkele malen.

De tweede en gelijk ook laatste oefening begin je door één van je armen te strekken. Vervolgens maak je een hoek van 45 graden door je onderarm schuin naar boven/naar je toe te wijzen. De handpalm moet daarbij naar boven wijzen. Tot slot pak je met je nog losse hand de vingers van de hand met de naar boven gerichte handpalmen en trek je de vingers voorzichtig naar achteren. Vervolgens laat je ze weer naar voren gaan. Ook deze oefening herhaal je enkele keren voor het beste resultaat.