Studie toont aan: beter geen hormonenbehandeling bij milde schildklierproblemen

Een behandeling met schildklierhormonen blijkt weinig effect te hebben bij volwassenen met milde schildklierproblemen. Symptomen zoals vermoeidheid, neerslachtigheid, toename in gewicht… verbeteren er niet door. Dat blijkt uit een internationale studie waaraan ook experts van de KU Leuven meewerkten.

Functie en werking schildklier

De schildklier bevindt zich in de hals en maakt schildklierhormonen aan. Die hormonen spelen een belangrijke rol bij verschillende lichaamsprocessen zoals je lichaamstemperatuur, stofwisseling, hartslag…

De hypofyse in de hersenen stimuleert de schildklier om die hormonen aan te maken. De hypofyse maakt daarvoor zelf het schildklierstimulerend hormoon TSH aan.

Mogelijk probleem: subklinische hypothyreoïdie

Bij subklinische hypothyreoïdie stijgt het gehalte TSH wel, en stuurt de hypofyse dus de schildklier aan, maar maakt de schildklier niet meer hormonen aan. Subklinische hypothyreoïdie is vaak een voorstadium van een traag werkende schildklier.

Klachten subklinische hypothyreoïdie

De meeste mensen met subklinische hypothyreoïdie (5% van de volwassenen, 10% à 15% bij ouderen) ervaren geen klachten (vandaar subklinisch ofwel niet waarneembaar). En als die er wel zijn, zijn ze vaak eerder vaag. Denk aan:

  • Vermoeidheid
  • Gewichtstoename
  • Sombere stemming
  • Depressie
  • Geheugenproblemen
  • Verminderde vruchtbaarheid

Subklinische hypothyreoïdie kan alleen worden vastgesteld door een bloedtest, bijvoorbeeld wanneer het bloed wordt onderzocht op TSH.

Behandeling subklinische hypothyreoïdie

Tot nog toe was het de richtlijn om hormonen toe te dienen bij patiënten met een TSH-gehalte boven de 10 mlU/L (milli international unit per liter), waar de normale waarden tussen 0,4 en 4 liggen. Vaak was de behandeling erop gericht om de klachten die gepaard gaan met de aandoening te verminderen.

Nu onderzocht een internationaal panel van experts echter de resultaten van 21 studies met ongeveer 2.200 deelnemers waarbij een hormonenbehandeling vergeleken wordt met een placebobehandeling.

Daaruit blijkt dat “behandeling met hormonen geen effect blijkt te hebben op vermoeidheid, neerslachtigheid, gewichtstoename of andere symptomen,” aldus dokter Mieke Vermandere (Academisch Centrum voor Huisartsgeneeskunde). Vandaar dat aanbevolen wordt om bij bijna alle volwassenen met subklinische hypothyreoïdie geen hormonen meer toe te dienen.

Uitzonderingen zijn vrouwen die proberen zwanger te worden of patiënten met zeer hoge TSH-niveaus (boven 20 mlU/L). Ook bij patiënten met ernstige symptomen of bij mensen jonger dan 30 kan de richtlijn achterwege gelaten worden.

Bron: Nieuwsdienst KU Leuven