scrollTop top

Waarom de zomer geen garantie is op het verdwijnen van Covid-19

Waarom de zomer geen garantie is op het verdwijnen van Covid-19

Veel van de grootste Covid-19-uitbraken staken de kop op in regio’s waar het koeler is, wat tot speculatie leidt dat de ziekte met de komst van de zomer zou kunnen afnemen. Maar experts waarschuwen voor te veel optimisme.

Veel infectieziekten komen en gaan met de seizoenen. Griep en buikgriep arriveren meestal met de koudere wintermaanden.Andere virussen, zoals tyfus, hebben de neiging om tijdens de zomer te pieken. De gevallen van mazelen dalen tijdens de zomer in gematigde klimaten, terwijl ze in tropische gebieden hun hoogtepunt bereiken in het droge seizoen.

Kunnen we vergelijkbare seizoensinvloeden verwachten met Covid-19? Sinds het virus rond half december voor het eerst in China opdook, zijn veel van de grootste uitbraken geweest in regio’s waar het weer koeler is. Dat leidt tot speculatie dat de ziekte met de komst van de zomer zou kunnen afnemen. Maar experts zijn op hun hoede. Want het virus dat Covid-19 veroorzaakt – officieel SARS-CoV-2 – is te nieuw om definitieve gegevens te hebben over hoe de impact ervan met de seizoenen zou kunnen veranderen. Het nauw verwante SARS-virus dat zich in 2003 verspreidde, leert ons ook niet echt iets daarover, want het werd snel ingeperkt, wat betekent dat er weinig informatie is over hoe het werd beïnvloed door de seizoenen.

Aanwijzingen

Toch zijn er enkele aanwijzingen van andere coronavirussen of Covid-19 uiteindelijk seizoensgebonden kan worden. Een studie die 10 jaar geleden werd uitgevoerd het Centre for Infectious Diseases aan de Universiteit van Edinburgh, toonde aan dat drie coronavirussen – allemaal afkomstig van patiënten met luchtweginfecties – ‘uitgesproken winterse seizoensinvloeden vertoonden’. Deze virussen leken voornamelijk tussen december en april infecties te veroorzaken – een vergelijkbaar patroon als bij griep.

De verspreiding van uitbraken van Covid-19 over de hele wereld lijkt te suggereren dat het een voorkeur heeft voor koele en droge omstandigheden. Een niet-gepubliceerde analyse die het weer vergelijkt op vijfhonderd locaties over de hele wereld waar er gevallen van Covid-19 zijn geweest, lijkt een verband te suggereren tussen de verspreiding van het virus en temperatuur, windsnelheid en relatieve vochtigheid. Een ander niet-gepubliceerd onderzoek heeft aangetoond dat hogere temperaturen verband houden met een lagere incidentie van Covid-19, maar merkt op dat temperatuur alleen niet verantwoordelijk kan zijn. Een derde tot nu toe ongepubliceerd onderzoek voorspelt dat gematigde warme en koude klimaten het meest kwetsbaar zijn voor de huidige uitbraak van Covid-19. Op de tweede plaats lijken droge gebieden het meest kwetsbaar. Tropische delen van de wereld worden waarschijnlijk het minst getroffen, claimen de onderzoekers.

Het probleem: Het werkt anders bij pandemieën

Maar zonder echte gegevens over hoe Covid-19 zich gedraagt over een langere periode, vertrouwen onderzoekers op computermodellen om te voorspellen wat er in de loop van het jaar nog kan gebeuren. Het extrapoleren van gegevens over de seizoensgebondenheid van Covid-19 op basis van endemische coronavirussen – dat wil zeggen virussen die al geruime tijd in menselijke populaties circuleren – is een uitdaging. Al was het maar omdat die endemische virussen om een aantal redenen wél seizoensgebonden kunnen zijn en mogelijk zijn die redenen niet van toepassing zijn op de Covid-19-pandemie.

Pandemieën volgen immers vaak niet dezelfde seizoenspatronen als meer normale uitbraken van ziektes. De Spaanse griep bereikte bijvoorbeeld een piek in de zomermaanden, terwijl de meeste griepuitbraken in de winter plaatsvinden.

‘We mogen verwachten dat Covid-19 uiteindelijk endemisch wordt’, zegt Jan Albert, een professor in infectie- ziektebestrijding die gespecialiseerd is in virussen aan het Karolinska Institute in Stockholm. ‘En het zou echt verrassend zijn als het dan niet seizoensgebonden blijkt te zijn. Maar momenteel is de grote vraag of de gevoeligheid van dit virus voor de seizoenen het verspreidingsvermogen ervan in een pandemische situatie zal beïnvloeden.’

Vette vacht

Maar waarom zijn verwante coronavirussen seizoensgebonden en waarom biedt dat hoop voor deze uitbraak? Ze zijn bekleed met een olieachtige vacht, bekend als een lipidedubbellaag, en bezaaid met eiwitten die uitsteken als puntjes van een kroon (‘corona’ is Latijn voor ‘kroon’). Onderzoek naar andere omhulde virussen suggereert dat deze vettige vacht hen gevoeliger maakt voor hitte. Onder koudere omstandigheden hardt de vette vacht uit tot een rubberachtige toestand – zoals vet van gekookt vlees tijdens het afkoelen zal uitharden. Ze doet dat om het virus langer te beschermen als het zich buiten het lichaam bevindt. De meeste omhulde virussen vertonen hierdoor de neiging om een sterke seizoensgebondenheid te vertonen.

We weten ondertussen dat SARS- CoV-2 tot 72 uur kan overleven op harde oppervlakken zoals plastic en roestvrij staal bij temperaturen tussen 21 en 23 graden Celsius en bij een relatieve vochtigheid van 40 procent. Precies hoe het Covid-19-virus zich gedraagt bij andere temperaturen en vochtigheid moet nog worden getest, maar onderzoek naar andere coronavirussen suggereert dat ze langer dan 28 dagen bij 4 graden Celsius kunnen overleven. Hoe langer het virus stabiel blijft buiten het lichaam, hoe groter het vermogen is om andere mensen te infecteren.

Maar weer is slechts een kleine factor

Er zijn desalniettemin een aanzienlijk aantal gevallen in tropische regio’s. Een recente analyse van de verspreiding van het virus in Azië door onderzoekers van de Harvard Medical School suggereert dat dit pandemische coronavirus minder gevoelig zal zijn voor het weer dan velen hopen. De onderzoekers concluderen dat de snelle groei van gevallen in koude en droge provincies van China, naast de snelheid van transmissie in tropische locaties zoals Guangxi en Singapore, suggereert dat toename van temperatuur en vochtigheid in de lente en zomer niet zullen leiden tot een daling in gevallen.

Dat komt omdat de verspreiding van een virus van veel meer zaken afhangt dan alleen het vermogen om te overleven in verschillende klimatologische omstandigheden. Voor een ziekte als Covid-19 zijn het mensen die het virus verspreiden, en dus kunnen seizoensgebonden veranderingen in menselijk gedrag ook leiden tot verschuivingen in infectiepercentages. De gevallen van mazelen in Europa pieken bijvoorbeeld in schoolperiodes en nemen af tijdens de vakantie wanneer kinderen het virus niet naar elkaar verspreiden. Er wordt ook gesuggereerd dat de enorme migratie van mensen rond het Chinese nieuwjaar op 25 januari een sleutelrol heeft gespeeld bij de verspreiding van Covid-19 vanuit Wuhan naar andere steden in China en de rest van de wereld.

Het weer kan ook knoeien met ons eigen immuunsysteem. Zo zijn er studies die op een gebrek aan vitamine D of een verzwakt immuunsysteem wijzen door koud of donker winterweer, wat ons vatbaarder zou maken voor besmetting. Al zijn er ook weer onderzoeken die dit tegenspreken. Er zijn wel sterkere aanwijzingen dat vochtigheid impact kan hebben op onze kwetsbaarheid. Wanneer de lucht bijzonder droog is, wordt aangenomen dat de hoeveelheid slijm die onze longen en luchtwegen bedekt, vermindert. Deze kleverige afscheiding vormt een natuurlijke afweer tegen infecties en dus virussen.

Hoe de zomer ons kan bedriegen

Aangezien het virus dat de Covid-19-pandemie veroorzaakt, nieuw is, is er nog geen immuniteit opgebouwd. Dat betekent dat het virus zich vooral verspreidt door nauw contact tussen mensen. Het stoppen van contact tussen mensen zou dus ook de infectiecijfers moeten verlagen. Dat is precies wat regeringen nu doen met de afsluiting van openbare plaatsen over de hele wereld.

Als de gevallen van Covid-19 de komende maanden inderdaad afnemen, kan dat een aantal redenen hebben: preventiemaatregelen zoals isolatie en lockdowns die succesvol zijn; de immuniteit die is toegenomen onder de bevolking; of het kan een effect van het seizoen zijn, zoals de modellen van Jan Albert suggereren. En dat laatste zorgt voor een probleem. ‘Als er een seizoenseffect is, kan het de echte impact van de andere twee redenen maskeren’, waarschuwt Albert. ‘In landen waar door een sterke lockdown niet veel mensen zijn blootgesteld, zou het me dan niet verbazen dat we in de herfst en winter een tweede golf zullen zien.’

Zelfs als Covid-19 enige seizoensgebonden variabiliteit vertoont, is het onwaarschijnlijk dat het in de zomermaanden volledig zal verdwijnen, dus. Maar een dip in gevallen kan enkele voordelen opleveren. ‘De stappen die we nemen om de curve af te vlakken zijn economisch gezien duur, maar ze kunnen ons helpen deze pandemie de zomer in te duwen’, zegt Albert. ‘Als er enige seizoensgebondenheid is, kan het de gezondheidssystemen de tijd kopen die ze nodig hebben om zich voor te bereiden op een tweede golf in het najaar.’


Deze artikelen kunnen u misschien ook interesseren…

Schrijf je in op “Gezond Vandaag” en ontvang de beste artikels dagelijks in je mailbox!