Welke zwemslagen kun je uitoefenen?

welke-zwemslagen-kun-je-uitoefenen.jpg

Variatie tijdens het beoefenen van de zwemsport is belangrijk. Door te variëren in de verschillende zwemslagen kan je meer calorieën verbranden dan voorheen. Je kan natuurlijk alleen de schoolslag uitoefenen, maar door te variëren in zwemslagen train je diverse spiergroepen. Je kan zo de verschillende spieren trainen door af te wisselen met de slagen die je maakt. Daarnaast voorkom je overbelasting als je telkens en alleen dezelfde spiergroepen aan het trainen bent. De verschillende zwemslagen die je kan uitvoeren hebben we voor je op een rij gezet.

De schoolslag

De schoolslag is eigenlijk de basis zwemslag die iedere zwemmer onder de knie moet krijgen vanaf de eerste zwemles. Het is de oudste zwemslag en het maakt het voor een zwemmer eenvoudig om adem te halen. Van alle vier de zwemslagen is het de traagste en dit betekent dan ook dat je het minste calorieën verbrand met de schoolslag. In het stenen tijdperk zijn er al beelden gevonden dat de schoolslag werd uitgeoefend. Bij de techniek worden zowel armspieren als beenspieren getraind. In het begin worden de armen vooral gebruikt om het hoofd bovenwater te houden. Het is overigens de enige zwemslag waarbij er tegen de zwemrichting in gezwommen wordt. Tijdens het beoefenen van de schoolslag komen de armen en handen niet boven het water uit. Dat levert weerstand op tijdens het zwemmen. Dat maakt de schoolslag ook meteen langzamer dan de andere zwemslagen.

Borstcrawl

De snelste zwemslag van allemaal is de borstcrawl tijdens wedstrijdzwemmen wordt dan ook vooral deze techniek beoefend. Bij deze zwemtechniek worden de armen om beurten boven water getild en naar voren gebogen. Met een gestrekte arm en vlakke hand worden een soort peddel bewegingen gemaakt om vooruit te komen. Door af te wisselen met de linker en rechter arm gaat je lichaam als het ware rollend door het water heen. De benen worden vervolgens als flippers gebruikt om verder te bewegen. De voetbeweging van de borstcrawl is dus niet te vergelijken met de ouderwetse schoolslag. De beweging die met de benen gemaakt worden is vergelijkbaar met een duiker die kunststof flippers draagt. Ademhalen gebeurt synchroon tijdens het draaien van het hoofd naar links en rechts. Tijdens het zwemmen van de borstcrawl is je gezicht dus telkens wel enkele seconden onder water. Met de borstcrawl kan een snelheid van 2,17 meter per seconden behaald worden.

Vlinderslag

De vlinderslag is eigenlijk ontstaan uit de schoolslag waarbij ook een contrabeweging gemaakt wordt. In tegenstelling tot de andere zwemslagen is er bij vlinderslag vooral veel kennis en vaardigheid nodig. Het is de op een na snelste zwemslag en wordt ook als olympische sport beoefend. Je verplaatst jezelf met de vlinderslag door continue met de armen te bewegen. De benen worden voortdurend op en neer bewogen. Eventueel kan het lichaam ook een beetje bijgestuurd worden door gebruik te maken van je benen.

Rugcrawl

De rugcrawl oftewel rugslag is een officiële zwemslag dat ook op wedstrijdniveau wordt uitgeoefend. In het begin van de zwemlessen wordt de rugcrawl behandeld omdat het lastig is deze aan te leren. De houding van je lichaam is bij deze slag het belangrijkste. De beenslag is hetzelfde als bij de borstcrawl alleen de armen worden om de beurt door het water gehaald.

Andere zwemslagen

De vier bovenstaande zwemslagen zijn de basis slagen die ook in wedstrijdverband gezwommen worden. Vanuit hier zijn een aantal afgeleide zwemslagen die je kan beoefenen in wedstrijdverband. Een aantal hebben we voor je op een rijtje gezet:

  • Lange Spaanse slag (Borstcrawl).
  • Korte Spaanse slag (Borstcrawl).
  • Daltonslag (Rugcrawl)
  • Zeemanslag
  • Lange zijslag
  • Korte zijslag
  • Korte trudgeon
  • Double coupé
  • Japanse crawl