Help, ik moet een beugel dragen! Dit moet je weten.

Je glimlach is jouw visitekaartje. Maar wat als je niet tevreden bent met hoe het eruitziet? Of als je door de stand van je tanden moeilijker kan praten of kauwen? Gelukkig is orthodontie in België toegankelijk en zijn beugels al lang ingeburgerd. Wij spraken met orthodontist Wim Laureys.

“Je gebit is de eerste fase van je spijsvertering”, legt orthodontist Wim Laureys uit. “Om goed te kauwen, moeten je tanden mooi op elkaar passen. Je gebit is zo gemaakt dat elk knobbeltje en elk putje van je tanden in elkaar schuiven. Is dat niet het geval, dan moeten we dat bijsturen.” Tanden die niet goed op elkaar passen zijn geen levensbedreigend probleem, maar het gaat vooral om comfort. “Er zijn mensen die 100 jaar worden met slechte tanden”, gaat Laureys verder. “Maar je kan je spijsvertering er toch een stuk mee verbeteren.” Om een gezond gebit te behouden, moet je jouw tanden correct verzorgen en poetsen. “Als je tanden niet mooi in hun rij staan, wordt het moeilijker om goed te poetsen en ontwikkel je makkelijker tandsteen en gaatjes”, vertelt Laureys.

Als je gebit er goed moet uitzien

Daarnaast zijn er esthetische redenen om een beugel te dragen. “De meeste mensen willen graag een mooi gebit”, zegt Laureys. “En er is ook het psychologische aspect. Een kind kan perfect functioneren met scheve tanden. Maar als het daarmee gepest wordt, heeft dat ook gevolgen voor zijn mentale welzijn.”

Tot slot is er ook de combinatie van functionele noodzaak en esthetische wensen. “Dan hebben we het over aangeboren gelaatsafwijkingen, bepaalde syndromen of bijvoorbeeld mensen met een gespleten lip, kaak of verhemelte”, verduidelijkt Laureys. “De gevolgen kunnen groot zijn als er niet ingegrepen wordt. Hier werken orthodontisten altijd samen met kaakchirurgen en vaak ook met logopedisten en pediaters.”

Orthodontie is op elke leeftijd mogelijk

Meestal kiest men voor een beugel op een leeftijd tussen 8 en 15 jaar, wanneer het gebit zich nog vormt. “Dan kunnen we het makkelijkst ingrijpen”, legt Laureys uit. “Afwijkingen aan de kaakgroei behandelen we op een jongvolwassen leeftijd, als de kaak net volgroeid is.” Toch kiezen ook volwassenen voor een beugel. “De drempel is minder hoog geworden en als je een gezond gebit hebt, kan je dat op elke leeftijd corrigeren. Bij een ongezond gebit bestaat de kans dat je het steunweefsel beschadigt. Het tandvlees en het weefsel tussen de tand en het bot moeten gezond zijn om de tand te kunnen verplaatsen.”

Er bestaan verschillende soorten beugels voor verschillende doelen. “Je hebt vaste beugels in de vorm van de bekende ‘blokjes’ voor of achter de tandenrij”, verklaart Laureys. “Daarnaast heb je de uitneembare beugels. Die worden gebruikt voor de kleinere correcties, vaak al bij het melkgebit. Tot slot hebben we de ‘clear aligners’ of de doorzichtige plastic gootjes. Het type beugel dat je krijgt, hangt af van wat er moet gebeuren aan je tanden. We kiezen altijd in functie van de aandoening, maar de blokjes komen het meest voor.”

Bij het dragen van een beugel is de nazorg enorm belangrijk. Met de jaren verandert ons lichaam en dus ook onze tanden. Vooral de ondersnijtanden hebben de neiging om over elkaar te schuiven. Om de tanden te ondersteunen, zetten orthodontisten vaak een draadje aan de binnenzijde van de tanden of raden ze een nachtbeugel aan. “Wij kunnen je tanden juist zetten”, legt Laureys uit. “Maar we kunnen de oorzaken van tandverplaatsing niet uitschakelen.”

Ziekenfondsen en verzekeringen dekken je kosten (gedeeltelijk)

Orthodontie kan best wat geld kosten, van afspraken en beugels tot eventuele noodzakelijke operaties. “Over de laatste 10 jaar is de kwaliteit van de zorg gestegen, maar is de techniek zo geëvolueerd dat we in de praktijk zeer dure apparatuur nodig hebben”, verklaart Laureys. “Die digitalisering brengt hogere praktijkkosten met zich mee, bijvoorbeeld voor röntgenapparatuur of een intra-orale scanner, maar ook personeelskosten.” Gelukkig betalen de ziekenfondsen in ons land een deel van de behandelingskosten terug. Steeds meer mensen sluiten daarnaast ook een extra verzekering af die dergelijke kosten dekt. “Er wordt vanuit de ziekenfondsen en de beroepsvereniging bovendien meer aandacht besteed aan preventie en dat is een goede zaak”, besluit Laureys.