4% van de bevolking is vatbaar voor eetstoornissen

4-van-bevolking-vatbaar-voor-eetstoornissen.jpg

Maar liefst 4 procent van de bevolking tussen de 10 en 64 jaar vertoont tekenen van een eetstoornis, zo blijkt uit een rapport van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid.

Onze vatbaarheid voor eetstoornissen: de cijfers

Uit de zogeheten Nationale Voedselconsumptiepeiling 2014-2015 van de instelling blijkt dat adolescenten tussen de 14 en 17 jaar vaker symptomen van eetstoornissen vertonen dan andere leeftijdsgroepen. Bij deze bevolkingsgroep bedraagt het percentage dat vatbaar is voor eetstoornissen namelijk 6 procent, terwijl dit bij andere leeftijdsgroepen een percentage van 4 procent is. Vergelijken we de twee geslachten met elkaar, dan zien we dat mannen even vatbaar zijn voor eetstoornissen als vrouwen.

Bij mannen wordt het hoogste percentage waargenomen bij jonge adolescenten tussen de 10 tot 13 jaar (7 procent). Ook blijkt uit het rapport dat personen met ondergewicht vaker aan een eetstoornis lijden dan personen uit een andere BMI-categorie, aangezien 16 procent van de mensen met ondergewicht vatbaar is voor eetstoornissen.

Mensen met hoger diploma minder vatbaar voor eetstoornissen

Verder blijkt dat mensen met een hoger diploma minder kans hebben om eetstoornissen te ontwikkelen dan mensen met een lager opleidingsniveau. Waarom dit precies het geval is, is niet duidelijk. Mogelijk hebben mensen met een hoger opleidingsniveau meer kennis met betrekking tot gezond eten en zijn zij bewuster bezig met het ontwikkelen van een gezond eetpatroon.

Verschillende soorten eetstoornissen: een kennismaking

De meeste mensen denken bij het woord ‘eetstoornis’ meteen aan stoornissen als anorexia, maar naast deze bekende eetstoornis zijn er ook nog andere vormen van stoornissen in het eetgedrag te onderscheiden. De eetstoornissen die in het onderzoek van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid zijn meegenomen, zijn de volgende:

1. Anorexia nervosa

Als je anorexia nervosa hebt, heb je een verstoord zelfbeeld over je lichaam en je gewicht. Je vindt jezelf altijd te dik, zelfs als je helemaal geen vet meer op je lichaam hebt. Je hebt een afkeer voor eten en bent vaak jaloers op de lichamen van andere mensen, ook als deze lichamen meer vet bevatten dan je eigen lichaam.

2. Boulimia nervosa

Als je boulimia nervosa hebt, eet je vaak ineens heel veel (ongezonde) dingen en voel je je daarna schuldig over je eetgedrag. Omdat je je schuldig voelt, ga je overgeven of gebruik je laxeermiddelen om alle genuttigde voedingsmiddelen weer zo snel mogelijk uit te stoten.

3. Binge eating disorder

Heb je deze stoornis, dan heb je vaak last van enorme vreetbuien. Het verschil tussen deze eetstoornis en boulimia nervosa, is dat je na het eten van grote hoeveelheden (ongezond) voedsel niet gaat overgeven.

Kortom: niet alleen anorexia is meegenomen in het onderzoek, maar ook eetstoornissen die in het kader staan van vreetbuien zijn in de cijfers van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid meegenomen.