Glucose & glycogeen: wat is dat?

Telkens als we iets eten of drinken, krijgt ons lichaam een mix van macro- en micronutriënten binnen. Met macro-ingrediënten bedoelen we koolhydraten, vetten of eiwitten (proteïnen). Dat zijn ook de belangrijkste vormen van energie voor ons lichaam. Energie halen uit koolhydraten is de makkelijkste en efficiëntste manier voor ons lichaam. Net daardoor grijpen we er dan ook het snelst naar.

Suikers in bloed

In nuchtere toestand (’s morgens, als we niets hebben gegeten of gedronken) heeft iedereen een bepaald gehalte aan suikers in zijn bloed. Na elke maaltijd, afhankelijk van wat en hoeveel je gegeten en gedronken hebt, stijgt dit gehalte aan suikers (glucose) in je bloed.

Glucose is de makkelijkste en snelste vorm van energie. Als ons lichaam deze energie niet onmiddellijk nodig heeft wegens een te hoge energie-inname (via voeding of drank) of een te laag energieverbruik (door beweging), wordt het overschot opgeslagen onder de vorm van glycogeen in de spier- en levercellen.

Is er dan nog overschot en zijn alle opslagplaatsen van onze spier- en levercellen gevuld, dan wordt de rest opgeslagen in onze vetcellen. De bestaande vetcellen zetten uit, worden groter en raken gevuld.  

Glucose makkelijkste en meest gebruikte energievorm

Glucose is voor ons lichaam dus de makkelijkste energievorm, omdat die vorm van energieverbruik het minste zuurstof vereist.

De meeste mensen gebruiken dan ook vaak alleen maar deze vorm van verbranding om aan energie te komen. Zeker als hun eetpatroon voornamelijk bestaat uit koolhydraat- of zetmeelrijke voedingsmiddelen.

Weinig mensen komen dus tot de effectieve vetverbranding. Als we voortdurend ongezond aan het snacken zijn, zitten we vaak met continue suikers in ons bloed. Ons lichaam wordt die manier van verbranding dan ook snel gewoon.

Stoppen met aanhoudend suiker- of zetmeelrijke voeding te eten lijkt dan ook op afkicken. We worden humeurig, duizelig, krijgen hoofdpijn. Die vicieuze cirkel doorbreken duurt vier à vijf moeilijke dagen, of soms nog iets langer. Dat is heel normaal en daar moet je helaas gewoon door. Nadien komt de beloning en voel je echt het verschil.

Opgeslagen glycogeen

De suiker (glucose) die continu aanwezig is in ons bloed, wordt dus het eerst opgebruikt. Hebben we dan nog meer energie nodig, dan gebruikt ons lichaam de suikervoorraad die als glycogeen opgeslagen is in onze spier- en levercellen. Dat is zo’n 500 gram.

Bij de opslag van glucose in de vorm van glycogeen wordt per gram glycogeen telkens drie gram water vastgehouden. Als je glycogeen verbruikt, komt er dus relatief gezien veel water vrij. Dit is de reden waarom het gewichtsverlies de eerste weken relatief snel gaat als de glycogeenvoorraad wordt aangesproken: er zit ook veel water bij.

Blijf zeker volhouden, want zodra de glycogeenvoorraad is opgebruikt, begin je effectief aan het vet dat in onze vetcellen zit opgeslagen. Dan ben je pas écht goed bezig!

Beperk je dan je suiker- en zetmeelrijke eetmomenten en bestaat je eetpatroon dan uit zoveel mogelijk groenten, kwaliteitsvolle eiwitten en gezonde vetten (uiteraard ook niet à volonté) leert je lichaam ook vetten gebruiken als energiebron.