Trombose & Longembolie: Symptomen, Oorzaken & Behandeling

trombose-longembolie-symptomen-oorzaken-behandeling.jpg

Trombose is een ziekte die te maken heeft met je bloedvaten. Wanneer je de ziekte hebt, kunnen er in deze vaten namelijk bloedproppen ontstaan. Normaalgesproken gaat bloed stollen wanneer je een wond(je) hebt en uitsluitend op die plek, zodat de wond gedicht wordt en je niet al te veel bloed verliest, maar bij trombose gebeurt dit veel vaker en op onlogische momenten en plaatsen.

Op die manier kan het zo zijn dat je bloedvaten afgesloten worden. Er is dan immers een bloedprop die al het vloeiende bloed tegenhoudt. Als gevolg hiervan kan het zo zijn dat bepaalde delen van je lichaam van geen of te weinig bloed worden verzien en zodoende ook amper zuurstof krijgen, wat natuurlijk ernstige gevolgen kan hebben.

In dit artikel behandelen we echter niet alleen de mogelijke gevolgen van trombose, maar kijken we ook naar alle mogelijke oorzaken die er zijn en de manieren waarop trombose behandeld kan worden. Daarnaast gaan we ook nog wat dieper in op één van de eventuele gevolgen van trombose, namelijk een longembolie. Op die manier hopen we een volledig beeld te geven van deze aandoening.

Oorzaken

Er zijn eigenlijk twee verschillende vormen van trombose, die niet alleen verschillen wat betreft de gevolgen, maar zich ook van elkaar onderscheiden door de factoren waar ze door veroorzaakt kunnen worden.

Ten eerste is er veneuze trombose. Deze vorm van trombose bevindt zich in je aderen. Wanneer (enkele van) de volgende zaken op jou van toepassing zijn, heb je hier een verhoogd risico op:

  • Je hebt kanker
  • Je hebt een ongeval gehad
  • Je hebt lange tijd bedrust gehad
  • Je bent zwanger of net bevallen
  • Je gebruikt de anticonceptiepil
  • Je vliegt bovengemiddeld vaak
  • Trombose zit in de familie

De tweede vorm van trombose, arteriële trombose, betekent dat je een bloedstolling in de slagader hebt. De mogelijke oorzaken van arteriële trombose staan hieronder op een rijtje:

Gevolgen

De gevolgen die je kan ondervinden, wanneer je trombose hebt, kunnen erg van elkaar verschillen. Dit hangt grotendeels samen met hetgeen wat we zojuist al aanstipten: het onderscheid tussen arteriële trombose en veneuze trombose. Beide vormen van trombose hebben, ondanks dezelfde aard die ze in hun fundamenten hebben, namelijk verschillende ziektebeelden.

Bij arteriële trombose is er, zoals gezegd, sprake van een bloedprop in een slagader. Dit is meestal de veroorzaker van twee bijzonder erge gevolgen. Aan de ene kant is dat een mogelijk herseninfarct, aan de andere kant een eventuele hartinfarct. In beide gevallen is het zo dat of het hart, ofwel de hersenen, niet voldoende zuurstof aangevoerd krijgen, waardoor ze langzaam afsterven. Dit kan tot een hartaanval of bijvoorbeeld een beroerte leiden, die beide op hun beurt de dood tot gevolg kunnen hebben.

Eén van de gevolgen van veneuze trombose kan een trombosebeen zijn. Als dit het geval is, dan is het opnieuw zo dat er te weinig bloed en zuurstof verplaatst kan worden door een opstopping. Deze opstopping vindt ditmaal alleen plaats in een ader in plaats van een slagader, die – vanzelfsprekend – naar een been loopt. Hierdoor worden de kleppen in je aderen beschadigd. Als gevolg hiervan, kunnen je benen pijnlijk en/of vermoeid aanvoelen. Belangrijk hierbij is dat je snel in behandeling gaat, aangezien een trombosebeen, indien je het eenmaal hebt, niet meer verholpen kan worden.

Longembolie

Een ander, eventueel gevolg van veneuze trombose is een longembolie. Dit kan voorkomen wanneer een bloedstolsel losschiet uit een ader en vast komt te zitten in je longen. De gevolgen hiervan zijn nog een stuk afschrikwekkender dan van een trombose been, daar een longembolie mogelijkerwijs zelfs direct de dood tot gevolg kan hebben. Echter kunnen zich (eerst) ook andere klachten voordoen. Zo is het mogelijk dat een longembolie kortademigheid veroorzaakt, pijn op de borst geeft wanneer je moet hoesten of zuchten en kan leiden tot het opgeven van bloed.

Behandeling van trombose

Het feit dat er verschillende vormen van trombose zijn, die elk ook nog eens hun eigen excessen hebben, zorgt ervoor dat er ook verschillende behandelmethoden zijn. Deze zijn stuk voor stuk toegespitst op een specifieke vorm van trombose.

Bij veneuze trombose, bijvoorbeeld, wordt vaak gebruik gemaakt van de stof heparine om de ziekte aan te pakken. Heparine en soortgelijke stoffen zorgen er namelijk voor dat bloed niet nog eens verder samen gaat klonteren. Dit is zowel handig bij beentrombose als bij een longembolie. Wat na deze eerste toediening van heparine ook erg handig is, zijn andere medicijnen die stolling tegengaan. Voor de rest is het uiteraard van het grootste belang dat de patiënt veel in beweging gaat, zij het natuurlijk verantwoord.

Arteriële trombose kan, zoals gezegd, zowel een hartaanval als een beroerte tot gevolg hebben. Wanneer er een hartaanval plaats heeft gevonden, wordt er – naast de toediening van enkele medicijnen – vooral gekeken naar een gezondere leefwijze. Zo wordt van de patiënt verwacht dat hij zal stoppen met roken en minder vet zal eten. In het geval van een beroerte wordt er, na de ziekenhuisopname, vooral druk bezig gegaan met het revalidatieproces.