Het lijkt erop dat JavaScript is uitgeschakeld. Schakel dit in om ervoor te zorgen dat deze website correct werkt.

WERELD AUTISME DAG Wout (20): ‘Té weinig mensen weten wat autisme inhoudt’

Akyna Peeters
6 min read

Vandaag is het Wereld Autisme Dag, een dag bedoeld om wereldwijd bewustzijn te creëren rond mensen met een autismespectrumstoornis. In Vlaanderen leven ongeveer 42.000 mensen met één of andere vorm van autisme. Een hele mondvol om te zeggen dat de informatie in je hersenen soms anders wordt verwerkt dan bij anderen. Wout Van Springel (20) kreeg op 11-jarige leeftijd de diagnose ASS.

‘Hoewel autisme de term stoornis krijgt, zie ik het niet als iets wat me behoedt om deftig te functioneren. Er zijn verschillende gradaties, waarbij sommigen net iets meer hulp nodig hebben dan anderen. Het is moeilijk om te kaderen wat de verschillen zijn, want iedereen ervaart autisme op een andere manier. Iemand met autisme kan bijvoorbeeld moeite hebben met sociaal contact door het aantal prikkels, maar perfect één op één functioneren. Je merkt in dat geval niet eens dat die persoon autisme heeft. Autisme kan gaan van een concentratieproblematiek tot de behoefte aan een bepaalde structuur. Ik doe bijvoorbeeld altijd eerst mijn rechterschoen aan, daarna pas mijn linkerschoen. Nooit anders. Autisme heeft dus heel veel verschillende kenmerken. Je kan ze allemaal hebben, een soort van totaalpakket, maar de meesten hebben er maar een paar. Ik heb bijvoorbeeld vooral veel structuur nodig.’

Kleine groep, minder prikkels

‘In de lagere school sloeg ik een klas over. Ik begon op 11-jarige leeftijd aan het secundair onderwijs. In dat jaar kreeg ik ook mijn diagnose. Vervolgens ging ik naar het buitengewoon onderwijs, waar ik terug in het eerste middelbaar startte, bij mijn leeftijdsgenoten. Je had daar de richtingen TSO, BSO en MSO. MSO is een richting waarin je voor jezelf leert zorgen. Je krijgt niet enkel vakken als Nederlands, Frans en wiskunde, maar leert ook hoe je moet koken en je was moet doen. Ik deed TSO. Dat leunt het dichtste aan bij ASO. Ik volgde les in kleinere groepen. Daardoor kreeg ik meer individuele begeleiding, minder prikkels en werkte ik veel één op één. Omdat ik maar vier jaar les kon volgen in het buitengewoon onderwijs, bracht ik de laatste twee jaar van het middelbaar opnieuw door op een ‘gewone’ school. Dat was even aanpassen. Plots zat ik opnieuw in een klas met 25 leerlingen. Op de eerste schooldag heb ik volgens mij twee woorden gezegd: ja en nee. Tegenwoordig kan ik beter functioneren in grote groepen.’

‘Ze zeggen vaak dat mensen met autisme 24/7 moe zijn. Dat komt omdat wij over alles nadenken. Als ik bijvoorbeeld op een feestje ben en twee mensen zie kussen, vraag ik me meteen af of hoe lang ze elkaar al kennen en of ze een relatie hebben of niet. Zulke vragen schieten me te binnen, waardoor ik niet echt kan genieten van het feestje zelf. Ik vind het moeilijk om te bevestigen dat ik elke dag moe ben, want ik heb nooit anders geweten. Als ik een dag thuisblijf en minder prikkels krijg, merk ik wél dat ik minder moe ben. En op drukke dagen ben ik ’s avonds uitgeput. Maar ik weet niet of dat komt omdat ik dan een hele dag op pad ben geweest, of omdat ik veel prikkels heb gekregen.’

Stereotiep beeld

‘Wanneer je als buitenstaander in een groep vol mensen met autisme terechtkomt, zou je niet zeggen dat de stoornis die ik heb, dezelfde is als die van de persoon naast mij. Er zijn ondertussen een aantal films en series over autisme, zoals The Good Doctor, Atypical en Rain Man. Ik vind het goed dat ze bestaan, maar ze geven een vertekend beeld. Een soort van stereotype: een hoogbegaafde jongen die sociaal incapabel is. Iemand die niet op straat durft komen, geen woord zegt en alles volgens een bepaalde structuur moet doen. Er zijn mensen met autisme die in dat hokje passen, maar dat geldt zeker niet voor iedereen.’

‘Hoe anderen naar autisme kijken? Ik denk de laatste jaren met steeds meer respect, maar tegelijkertijd is het niet iets waar mensen zich comfortabel genoeg bij voelen om er een gesprek over te hebben. Ik heb het gevoel dat de kennis rond autisme nog iets te beperkt is. Mensen zijn soms bang om iets verkeerd te zeggen. Iedereen denkt te weten wat autisme is, maar te weinig mensen weten het effectief. Daarom is het goed dat Wereld Autisme Dag bestaat. Ik weet niet in hoeverre het nut heeft en of mensen er iets uit leren, maar het is belangrijk dat het de nodige aandacht krijgt.’ 

‘Onze maatschappij is steeds minder gemaakt voor mensen met autisme. Je moet je mond opentrekken om ergens te geraken, terwijl ik vrienden heb die dat compleet niet kunnen. Ze zitten vol passie, dromen en ambities, maar durven er niet openlijk voor uit te komen, geen stappen zetten of bepaalde mensen aanspreken. Ze blijven ter plaatse trappelen.’

Even geen autisme

‘Ik vind het soms fijn om niet meteen te zeggen dat ik autisme heb. Na een uur met iemand te babbelen, drop ik dan het bommetje. Soms voel je dan dat de sfeer verandert, dat de ander bang is om iets fout te zeggen. Ik vind het fijn om te zien hoe mensen me behandelen als ze het niet weten. ‘Ik merk het niet’, hoor ik veel. Ik snap dat je dat zegt, omdat je wilt tonen dat het niet erg is. Mensen interpreteren autisme alsof het iets is dat me zou afremmen of me minder mens zou maken. Maar je mag me gewoon hetzelfde behandelen zoals iedereen.’

Door Akyna Peeters

Deze artikelen kunnen u misschien ook interesseren…

Lees Meer ...

Deze artikelen kunnen u misschien ook interesseren…