Lactose-intolerantie: oorzaken, symptomen, diagnose en hoe kan je ermee om gaan?

lactose-intolerantie-oorzaken-symptomen-diagnose-hoe-kan-je-ermee-om-gaan.jpg

Bij een lactose-intolerantie heeft het lichaam moeite om lactose, de suiker die in melk en alle afgeleide producten voorkomt, te verteren. Hierdoor kunnen klachten zoals buikpijn, krampen, diarree etc. optreden. In dit artikel kan je meer lezen over wat lactose-intolerantie precies is, alsook over de oorzaken, symptomen, diagnose van lactose-intolerantie en hoe je ermee om kan gaan.

Lactose-intolerantie: te weinig lactase om lactose af te breken

Wat is lactose?

Lactose is de suiker die van nature in melk en producten op basis van melk voorkomt. Daarom wordt lactose ook wel eens melksuiker genoemd. De term lactose is afgeleid van lac, het Latijnse woord voor melk, en het suffix -ose waarmee suikers typisch aangeduid worden. Lactose is een disacharide. Het is namelijk opgebouwd uit twee andere suikermoleculen, ofwel monosachariden. In het geval van lactose zijn deze monosachariden galactose en glucose.

Terwijl galactose en glucose perfect in het bloed opgenomen kunnen worden door het lichaam, is dat niet het geval met lactose. Lactose moet dus worden afgebroken vooraleer het verteerd kan worden. Daarvoor is het enzym lactase verantwoordelijk.

Wat is lactase?

Hydrolyse is de ontbinding van een chemische verbinding door opname van water. Lactase is het enzym dat de hydrolyse van lactose mogelijk maakt. Lactase breekt met andere woorden lactose af in galactose en glucose. Daardoor kunnen die twee suikers opgenomen worden in het bloed.

Lactase is bij de meeste mensen bij de geboorte beschikbaar, maar naarmate ze ouder worden neemt ook het vermogen om dit enzym aan te maken af. Lactase wordt aangemaakt in de wand van de dunne darm.

Wanneer iemand geen of minder lactase aanmaakt,  kan die persoon eveneens geen of minder lactose verteren. De lactose belandt dan onverteerd in de dikke darm, waardoor sommige mensen met spijsverteringsklachten te maken krijgen. In dat geval spreken we van een ‘lactose-intolerantie’. Het is belangrijk om een lactose-intolerantie duidelijk te onderscheiden van een melkallergie en het slecht verteren van lactose (ook wel lactose-malabsorptie genoemd, zonder symptomen). Vandaar dat we beide hieronder nog even afzetten tegen lactose-intolerantie.

Het verschil tussen lactose-intolerantie en melkallergie

Een lactose-intolerantie moet onderscheiden worden van een (koe)melkallergie. Een melkallergie is een allergie voor bepaalde melkeiwitten in koemelk. Wanneer iemand met een melkallergie koemelk binnen krijgt, denkt het immuunsysteem dat het aangevallen wordt. Het reageert hier meteen op, met typische allergische klachten zoals huiduitslag, eczeem, buikpijn, darmkrampen, diarree etc. tot gevolg. Allergische reacties kunnen ernstig zijn en mogelijk zelfs levensbedreigend.

Een lactose-intolerantie en melkallergie hebben dus wel met elkaar gemeen dat in beide gevallen melkproducten een rol spelen en sommige symptomen overeen komen (vooral de spijsverteringsklachten zoals buikpijn, darmkrampen, diarree). Bij een lactose-intolerantie is er echter geen sprake van een allergie voor melkeiwitten. De symptomen zijn bij een lactose-intolerantie te wijten aan het feit dat het lichaam geen of minder lactose kan afbreken, waardoor het ook niet kan opgenomen worden door het lichaam.

Een melkallergie komt minder vaak voor dan een lactose-intolerantie. Vooral baby's en jonge kinderen krijgen er mee te maken, bij volwassenen is het minder frequent. Daar staat tegenover dat het vermogen om lactase aan te maken afneemt bij het ouder worden, waardoor een lactose-intolerantie vaak op oudere leeftijd bij volwassenen voorkomt. Ook baby's en kinderen kunnen niettemin aan een lactose-intolerantie lijden, soms zelfs tegelijk met een melkallergie. 

Iemand met een melkallergie moet alle melkproducten én alle producten die melk of melkproducten bevatten vermijden, ook lactosevrije producten. Die laatste bevatten immers ook melkeiwitten.

Lactose-intolerantie betekent echter niet per definitie dat melkproducten volledig uit de voeding moeten geschrapt worden (al is een medisch check wel noodzakelijk om de lactose-intolerantie te bevestigen en de melkallergie uit te sluiten).

De hoeveelheid lactose die de voeding van een persoon met lactose intolerantie mag bevatten, verschilt van individu tot individu en is afhankelijk van de resterende lactase-activiteit. Enkel personen met de congenitale vorm van lactose-intolerantie (uiterst zeldzaam, zie onder) worden aangeraden om volledig lactosevrij te eten. Personen met de overige vormen van lactose-intolerantie hebben wel nog een gedeeltelijke lactase-activiteit en kunnen meestal nog zo een 12 gram lactose per dag consumeren zonder klachten te vertonen.

Twijfel je of je last hebt van een lactose-intolerantie of melkallergie? Laat je dan testen bij je huisarts. Het is inderdaad belangrijk om allergie voor koemelk-eiwitten of lactose-intolerantie te bevestigen via een medisch onderzoek.

Het verschil tussen lactose-intolerantie en lactose-malabsorptie

Bij de afwezigheid of verminderde activiteit van lactase, zal lactose minder of niet worden gehydrolyseerd in glucose en galactose. Indien dit geen symptomen met zich meebrengt, spreekt men van lactose-malabsorptie, indien er wel symptomen zijn spreekt men van lactose-intolerantie.

De oorzaken van lactose-intolerantie

Wanneer het lichaam niet voldoende lactase aanmaakt om de lactose in melkproducten af te breken en dit symptomen met zich meebrengt, spreken we van een lactose-intolerantie. Wat de oorzaken van lactose-intolerantie betreft kan een onderscheid gemaakt worden tussen primaire lactose-intolerantie en secundaire lactose-intolerantie. In een beperkt aantal gevallen is lactose-intolerantie aangeboren.

Primaire lactose-intolerantie (lactase non-persistence)

Bij primaire lactose-intolerantie komt er een mutatie voor in een van de regulatiegenen van het lactasegen. Hierdoor vermindert de lactaseproductie geleidelijk vanaf een leeftijd van 5 tot 6 jaar. Aangezien een baby vooral melk drinkt, heeft elke baby over het algemeen genoeg lactase om lactose goed te verteren. Eenmaal er wordt overgeschakeld op andere voedingsmiddelen kan de productie van lactase wel enigszins afnemen. Naarmate we ouder worden neemt die productie steeds verder af.

Hierbij zijn duidelijke verschillen te merken tussen bevolkingsgroepen. Afrikanen en Aziaten verliezen het vermogen om lactase aan te maken bijvoorbeeld al vanaf het derde levensjaar. Europeanen blijven over het algemeen wel genoeg lactase aanmaken om lactose te blijven verteren, maar de productie is wel op zijn laagst na ongeveer 20 jaar. Vandaar dat veel mensen pas op latere leeftijd last krijgen bij het verteren van lactose.

Secundaire lactose-intolerantie

Secundaire lactose-intolerantie ontstaat door ziektes van het gastro-intestinaal stelsel. Bepaalde darmziektes of behandelingen van darmziektes kunnen immers als gevolg hebben dat de darmwand niet meer voldoende lactase kan aanmaken. Vaak gaat het slechts om een tijdelijke beschadiging van de darmen, waardoor ook de klachten na een tijdje weer verdwijnen (eenmaal de darm hersteld is). Soms is deze vorm van lactose-intolerantie wel definitief.

Aangeboren lactose-intolerante (congenitale lactase deficiëntie)

Aangeboren lactose-intolerantie is zeer zeldzaam. Soms kan echter iemand geboren worden met een lactose-intolerantie. In dat geval gaat het om een zeldzame, erfelijke vorm van lactose-intolerantie. Het wordt veroorzaakt door een autosomaal recessieve aandoening waardoor er helemaal geen lactase aangemaakt wordt.

De symptomen van lactose-intolerantie

Wanneer de lactose niet of te weinig afgebroken wordt, belandt die rechtstreeks onverteerd in de dikke darm. Daar gaan de darmbacteriën de lactose fermenteren. Hierbij komen gassen en zuren vrij die de volgende spijsverteringsklachten kunnen veroorzaken:

Lactose-intolerantie kan ook nog klachten veroorzaken die minder direct met de spijsvertering gelinkt zijn. Denk aan vermoeidheid, hoofdpijn, duizeligheid, neerslachtigheid etc.

De symptomen van lactose-intolerantie kunnen variëren van persoon tot persoon. Hoeveel last iemand ervaart hangt af van de resterende lactase-activiteit en de hoeveelheid lactose die er werd geconsumeerd.

De diagnose van lactose malabsorptie en/of lactose-intolerantie

Om een diagnose te stellen kan een dokter van verschillende soorten tests gebruikmaken, hieronder bespreken we de drie vaakst voorkomende. Deze tests gaan ofwel bij de huisarts of in het ziekenhuis door.

Waterstofademtest

Bij deze test wordt nagegaan of de uitgeademde lucht meer waterstofgas bevat dan gebruikelijk is. Waterstofgas komt vrij wanneer de darmbacteriën in de dikke darm lactose gaan fermenteren. Deze waterstof komt via het bloed in de longen terecht en wordt vervolgens uitgeademd. Vandaar dat bij een waterstofademtest na een eerste ademtest gevraagd wordt om een oplossing met een bepaalde hoeveelheid lactose te drinken. Daarna wordt over een periode van een paar uur meerdere keren de hoeveelheid waterstof in de uitgeademde lucht gemeten. Deze test kan zowel bij volwassenen als kinderen uitgevoerd worden.

Lactose Tolerantie Test (LTT)

Bij deze test wordt het bloedsuikergehalte door middel van bloedafname op verschillende momenten gemeten. Lactose is immers een (melk)suiker. Als deze suiker afgebroken wordt door lactase worden de kleine suikerdeeltjes die zo ontstaan opgenomen in het bloed. Hierdoor stijgt de hoeveelheid suiker in het bloed. Gebeurt dat niet na de inname van een bepaalde hoeveelheid lactose, kan er sprake zijn van lactose-malabsorptie.

Eliminatie-provocatie test

Bij deze test wordt een lactose-vrij dieet voorgeschreven (eliminatie). Als de klachten vervolgens afnemen of zelfs volledig verdwijnen, kan dat een indicatie zijn van lactose-intolerantie. Na verloop van tijd wordt opnieuw lactose aan de voeding toegevoegd (provocatie). Keren de klachten dan terug, is er wellicht sprake van een lactose-intolerantie. Als de klachten niet verdwijnen bij het elimineren van lactose, is dat dan weer een indicatie dat het probleem ergens anders gezocht moet worden.

Hoe omgaan met lactose-intolerantie?

Aanbevelingen bij lactose-intolerantie

De “behandeling” van lactose-intolerantie is er in eerste instantie op gericht de symptomen zoveel mogelijk te beperken.

Zoals eerder al vermeld, hoeft iemand met een lactose-intolerantie niet per se melkproducten volledig uit zijn/haar voedingspatroon te schrappen. Een deel van de mensen met een lactose-intolerantie kunnen gemiddeld nog 12 gram lactose consumeren zonder dat ze last krijgen van symptomen als buikpijn, winderigheid, diarree, krampen… Ze maken immers nog steeds een bepaalde hoeveelheid lactase aan. Enkel mensen met de zeldzame aangeboren vorm van lactose-intolerantie dienen volledig lactosevrij te eten.

Overleg met een diëtist is zeker aangeraden om te bepalen hoeveel lactose verdragen kan worden, alsook welke voedingsmiddelen best vermeden worden of hoe ze het best geconsumeerd worden in het kader van een gevarieerde en evenwichtige voeding en een gezonde levensstijl.

Enkele algemene tips

  • Meestal is het niet nodig om volledig lactosevrij te eten. Een deel van de personen met lactose intolerantie kunnen nog tot 12 gram lactose consumeren zonder klachten te ondervinden. Dat komt overeen met een glas melk of 2 tot 3 potjes yoghurt van 125 gram.
  • Geef de voorkeur aan melkproducten met een laag lactosegehalte, zoals harde en belegen kazen, of kies voor yoghurt, aangezien de levende yoghurtfermenten helpen bij de vertering van lactose van het product bij mensen die lactose moeilijk verteren.
  • Consumeer melkproducten tijdens of direct na een maaltijd, of verwerk ze in recepten. Door melkproducten te combineren met andere voedingsmiddelen vertraagt de maaglediging en wordt de vertering bevorderd.
  • Consumeer geen grote hoeveelheden melkproducten in één keer, maar verspreid de consumptie over de dag. Tot slot kan er geopteerd worden voor calciumverrijkte sojaproducten of het innemen van een enzympreparaat met lactase alvorens het consumeren van een melkproduct. Dat zijn preparaten die lactase bevatten. Met die preparaten kan van normale melk bijvoorbeeld lactosevrije melk gemaakt worden. Bij de apotheek zijn er ook tabletten met het enzym lactase te krijgen. Deze tabletten kunnen ingenomen worden voor de consumptie van melkproducten. Vraag advies aan een diëtist of uw apotheker.

Welke producten bevatten lactose?

Lactose is een bestanddeel van melk en maakt bijgevolg deel uit van melkproducten, bijvoorbeeld:

  • Alle soorten melk
  • Yoghurt, kwark, vla, pap, pudding
  • Kaas (smeltkaas, smeerkaas, harde kaas)
  • Room (en dus ook slagroom, koffieroom, zure room, roomboter, roomijs)

Daarnaast worden melkpoeders en melkbestanddelen ook gebruikt in chocolade, koekjes, snoep, soepen, bepaalde geneesmiddelen etc.

Ga in de ingrediëntenlijst en de verkoopbenaming in de eerste plaats op zoek naar melk, melkpoeder en lactose, maar ook producten die melk bevatten zoals room of kaas.

Er bestaan melkproducten met minder lactose (zoals harde kaas). Bovendien bevat yoghurt specifieke levende fermenten die de vertering van de lactose van het product bevorderen bij mensen die lactose moeilijk verteren. Daardoor worden producten zoals harde kaas en yoghurt in het algemeen beter verdragen door mensen met een lactose-intolerantie.

Calcium aanvullen

Melkproducten zijn een bron van het mineraal calcium. Wanneer deze voedingsgroep geschrapt of beperkt wordt, kunnen er tekorten optreden. Let er dus op dat deze tekorten opgevangen worden met andere voedingsmiddelen.

Een goeie manier om dagelijks toch een zekere hoeveelheid calcium op te nemen is door elke dag een potje yoghurt, bij voorkeur natuuryoghurt, te eten. Bij yoghurt wordt lactose namelijk gedeeltelijk afgebroken tijdens het fermentatieproces. De specifieke levende fermenten bevorderen ook de vertering van de lactose van het product na consumptie, bij mensen die lactose moeilijk verteren.

Van andere voedingsstoffen treden er meestal geen tekorten op, tenminste als men voldoende gevarieerd eet.

Dit artikels is geschreven met hulp van Danone, expert in yoghurt.