Slaapproblemen bij Kinderen

slaapproblemen-kinderen.jpg

Veel ouders krijgen ermee te maken: de slaapproblemen van hun kinderen. Of je kind nu enkele maanden oud is, je met een kleuter in huis woont of je een puber hebt inwonen: in iedere fase van het leven van jouw kind krijg je te maken met specifieke slaapproblemen. 

Op deze pagina lees je meer over de slaapcyclus die kinderen gedurende hun eerste levensjaren en hun jeugd doorlopen en de mogelijke problemen die in deze slaapcyclus op kunnen treden. Heb jij op dit moment te maken met een kind met slaapproblemen, dan kun je de informatie op deze pagina gebruiken om meer inzicht te krijgen in het probleem en de mogelijke oplossing voor het probleem.

De verschillende slaapcycli van kinderen

Als we de slaapgewoonten van kinderen onder de loep nemen, zien we dat hun slaapgewoonten regelmatig veranderen. Dat een pasgeboren baby een ander slaappatroon heeft dan volwassenen is duidelijk, maar een pasgeboren baby heeft ook heel andere slaapgewoonten dan een kind dat een jaar oud is. Om je een duidelijk beeld te geven van de diverse slaapgewoonten van kinderen en de mogelijke problemen die hierbij komen kijken, worden de belangrijkste slaapcycli van kinderen in onderstaande alinea’s beschreven.

De slaapgewoonten van een pasgeboren kind

Voor we meer vertellen over de slaapgewoonten van een pasgeboren kind, is het belangrijk om te weten dat het slaappatroon van een jong kind in het eerste levensjaar aanzienlijk veranderen. Het heeft dus geen nut om slaapproblemen van een jonge baby te willen verhelpen, want dit lukt vaak toch niet en eventuele effectieve oplossingen zijn vaak van korte duur. Maak je vooral geen zorgen over de slaapproblemen van jouw jonge baby, want deze problemen lossen zich vanzelf op.

Een kind van één tot drie maanden slaapt ongeveer negentien tot twintig uur per dag. De slaap van het kind is nog licht en dit betekent dat de slaap gemakkelijk verstoord wordt door lawaai in de omgeving of de eigen behoeften. De slaap bestaat uit diverse slaapcycli, waaronder de lichte actieve slaap, de lichte slaap en de diepere slaap.

De slaapgewoonten van een kind van >3 maanden

Als een kind ouder is dan drie maanden, begint het kind langzaam een dag- en nachtritme te ontwikkelen. Dit betekent dat he kind ’s nachts vijf tot zes uur doorslaapt, om overdag ook nog kort te slapen. De meeste kinderen ontwikkelen het dag- en nachtritme binnen drie tot zes maanden, maar het kan ook zo zijn dat jouw kind van 12 maanden nog steeds hetzelfde ritme heeft als na de geboorte. Dit kan komen door frequente of onregelmatige wisselingen van omgeving of verzorgers, maar ook door een lawaaierige omgeving. De meeste kinderen die het dag- en nachtritme nog niet helemaal onder de knie hebben, vallen overigens vanzelf weer in slaap als zij ’s nachts wakker worden.

De slaapgewoonten van een mobieler kind

Als je kind mobieler wordt en leert kruipen en/of lopen, komt het kind in aanraking met vele spannende en avontuurlijke dingen. De leefruimte wordt namelijk vergroot en dit betekent dat er een periode van enorme ontdekkingen aanbreekt. Moet het kind gaan slapen, dan betekent dit dat het kind moet stoppen met alle activiteiten en dit vinden de meeste kinderen maar niets. Daar komt nog bij dat de meeste kinderen op dit moment zijn of haar eigen zelfstandigheid ontdekken, wat betekent dat het kind veeleisender kan worden en ’s avonds niet meer naar bed wil om bij de volwassenen te horen. De behoefte om overdag te dutten neemt langzaam af.

Door rituelen te gebruiken, kan de overgang naar het nieuwe slaapritme wat gemakkelijker worden. Enkele rituelen die je in kunt zetten, is het aantrekken van de pyjama, het poetsen van de tanden, het voorlezen uit een boekje, het geven van een kus en het geven van de zachte knuffel.

Ook als je kind ouder is, kunnen slaapproblemen blijven bestaan. Dit kan komen door de vele dingen die je kind meemaakt op een dag (op school, met vriendjes of vriendinnetjes, op de voetbalclub, et cetera), maar ook door angsten of problemen waar het kind mee zit. 

De slaapgewoonten van een puber

Tijdens de puberteit neemt de behoefte om te slapen voor korte termijn toe. Waar het kind eerst zo laat mogelijk naar bed wilde en het liefst zo min mogelijk wilde slapen, kunnen pubers zich plotseling vaker moe voelen, vaker uit willen slapen en vaker overdag in bed willen liggen voor een dutje. De grotere behoefte aan slaap onder pubers is vaak het gevolg van de vele veranderingen waaraan jongeren in de puberteit worden blootgesteld. Denk hierbij niet alleen aan de veranderingen in het lichaam, maar ook aan de vele dingen die de kinderen op school en buiten school meemaken.

Wat ook kan bijdragen aan de tijdelijke behoefte voor meer slaap, is het feit dat jongeren in de puberteit vaak beginnen met uitgaan. Dit betekent dat zij later thuiskomen, later gaan slapen en uiteindelijk dus minder slapen dan voorheen.

De slaapgewoonten van adolescenten

Het slaappatroon van adolescenten lijkt steeds meer op het slaappatroon van volwassenen. Een jonge volwassene richt zich beter op zij individuele slaapbehoefte en weet dus beter hoeveel slaap hij of zij nodig heeft. Wordt er een keer een nachtje wat minder geslapen, dan raakt de adolescent niet in paniek en haalt hij of zij deze slaap de volgende dag gewoon in. 

Mogelijke slaapproblemen bij kinderen

Er zijn diverse mogelijke slaapproblemen bij kinderen aan te wijzen. Deze problemen zijn vaak niet ernstig en gaan bovendien vaak vanzelf over, maar kunnen wel zorgen voor afwijkingen in de standaard slaapcycli van kinderen. De belangrijkste en meest voorkomende slaapproblemen bij kinderen, worden in onderstaande alinea’s beschreven. 

Slaapprobleem 1: Scheidingsangsten

Kinderen die niet leren om alleen te zijn, kunnen hardnekkige slaapproblemen ontwikkelen. Vaak gaat het hier om overbeschermde kinderen, met een moeder of vader die steeds bij hen in de buurt blijft en ze dus niet leert om alleen te zijn. Heeft het kind te maken met scheidingsangsten, dan is het vatten van de slaap moeilijker en duurt het langer voor het kind slaapt. Om scheidingsangsten te overwinnen, kun je gebruik maken van knuffels. Knuffels zijn aangename en veilige dingen waaraan kinderen een vervangende functie toekennen, wat betekent dat een eenvoudige teddybeer ervoor kan zorgen dat jouw kind je gemakkelijker loslaat als hij of zij moet slapen.

Slaapprobleem 2: Doorslaapproblemen

Iedereen wordt ’s nachts wel eens wakker en dit geldt ook voor kinderen. De meeste kinderen vallen gewoon weer in slaap als ze ’s nachts even wakker worden, maar sommige kinderen hebben hier moeite mee. Hebben kinderen moeite om weer in slaap te komen nadat ze ’s nachts wakker worden, dan wordt er gesproken over doorslaapproblemen. Deze problemen kunnen veroorzaakt worden omdat ze bang zijn om ’s nachts in het donker alleen op een kamer te zijn, maar angst is niet de enige oorzaak van doorslaapproblemen. Andere mogelijke oorzaken van het niet door kunnen slapen na het wakker worden in de nacht, zijn zaken als honger, pijn, zich alleen voelen, zich vervelen, et cetera.

Enkele tips die je kunt gebruiken als jouw kind te maken heeft met doorslaapproblemen, zijn de volgende:

  • Vraag niet waarom je kind bang is. Door te vragen waarom het kind bang is, kan het kind denken dat er inderdaad iets is om bang voor te zijn en dit verstrekt de angsten juist. 
  • Vraag gewoon wat er is en reageer op het antwoord van jouw kind. 
  • Blijf even bij het kind, laat het kind een slokje water drinken en praat rustig en kalmerend tegen het kind.
  • Beperk de interventie, zodat het kind zo snel mogelijk weer in slaap kan vallen door een minimale tussenkomst. 
  • Maak geen lawaai en laat het licht uit. Door het licht uit te laten, versterk je het idee dat een donkere omgeving normaal is en het ook in een donkere omgeving mogelijk is om gewoon met elkaar te communiceren. 
  • Los het probleem het liefst in de kamer van het kind op. 
  • Ga niet onder het bed of in de kasten kijken of er monsters zijn, want dan bevestig je juist dat dit wel mogelijk kan zijn.

De beste manier om met een kind om te gaan die bang is voor monsters, is door rustig en beslist aan te geven dat zoiets niet kan en dat het allemaal inbeelding is. Wat ook kan helpen, is je kind adviseren om aan aangename dingen te denken.

Slaapprobleem 3: Nachtmerries

Vanaf de leeftijd van twee jaar kan je kind te maken krijgen met vervelende nachtmerries. Nachtmerries kunnen het inslapen bemoeilijken en dit komt omdat het kind op deze jonge leeftijd nog niet goed kan ontdekken wat de werkelijkheid is en wat niet. Het idee dat slapen betekent dat ze zich moeten overgeven aan het onbekende, vinden veel kinderen eng.

Wordt het kind ouder, dan neemt de realiteitszin toe. Dit betekent dat het kind logischer kan redeneren en gemakkelijker het onderscheid kan maken tussen dromen en werkelijkheid. Hierdoor worden nachtmerries zeldzamer en doen minder kinderen beroep op hun ouders als ze inderdaad te maken hebben met nachtmerries.

Als kinderen zes jaar oud zijn, is er een piek in het aantal nachtmerries dat zij per week kunnen krijgen. Dit heeft vermoedelijk te maken met het feit dat eventuele angsten en conflicten die kinderen overdag meemaken, blijven doorspelen in de slaap en op deze manier voor nachtmerries zorgen. Heeft jouw kind te maken met een groot aantal nachtmerries, dan heeft het weinig zin om hier iets aan te doen of op zoek te gaan naar de achterliggende oorzaak of betekenis van de nachtmerries. De nachtmerries horen namelijk bij de slaapcyclus van jouw kind en gaan vanzelf over, als je maar geduldig bent. Wat je wel moet doen, is jouw kind altijd steunen als hij of zij te maken heeft met enge dromen. Dit betekent dat je jouw kind niet meteen wegstuurt als hij of zij eng gedroomd heeft, maar luistert naar het verhaal en het kind probeert te kalmeren.

Mijn kind heeft slaapproblemen, wat moet ik doen?

Als jouw kind te maken heeft met slaapproblemen, is het belangrijk om geen oorzaken of problemen te zoeken die er niet zijn en de eventuele moeilijkheden niet ernstiger te maken dan ze zijn. Maak er geen drama van als jouw kind ’s nachts niet goed kan slapen of moeite heeft met het vatten van de slaap, want dit gaat vanzelf over. Kalmeer je kind, vertel dat alles spontaan over zal gaan en dat je zelf ook wel eens wakker wordt en maak een paar grapjes of geef wat knuffels en kusjes om het kind rustig te krijgen.

Veel ouders met kinderen die met slaapproblemen kampen, maken zich zorgen dat hun kind niet voldoende slaapt. Kinderen hebben over het algemeen veel slaap nodig, maar sommige kinderen redden zich ook prima met minder slaap. Is jouw kind vrolijk, energiek en blij overdag, dan kun je jezelf verzekeren dat je kind voldoende slaapt in de nacht en je je nergens zorgen over hoeft te maken. Een andere controle die je kunt gebruiken om te achterhalen of jouw kind genoeg slaapt, is door te kijken hoe je kind wakker wordt in de ochtend. Wordt je kind gemakkelijk en zelfs blij wakker, dan heeft het kind genoeg geslapen.

Handige tips voor kinderen met slaapproblemen

Heeft jouw kind (langdurig) te maken met slaapproblemen? Gebruik dan onderstaande tips om de problemen te verminderen:

  • Maak tijd vrij om je kind in bed te leggen door het slaapritueel op tijd te beginnen. 
  • Vermijd wilde spelletjes of opwindende bezigheden voor het slapengaan. 
  • Creëer een vaste routine, die op een vast tijdstip begint en vaste stappen bevat. Denk hierbij aan het aantrekken van de pyjama, het poetsen van de tanden, het voorlezen van een verhaal, et cetera.
  • Vermijd lange slaaprituelen, want bij lange rituelen heeft het kind steeds de mogelijkheid om de aandacht te trekken en het doel van het ritueel verder uit te stellen. 
  • Reserveer de slaapkamer voor slapen alleen en maak er geen speelkamer van. Komt je kind in de slaapkamer, dan weet hij of zij precies wat er te gebeuren staat en is de afleiding van speelgoed bovendien minder groot. 
  • Vind hier nog meer tips

Raadpleeg je bovenstaande tips, dan kun je eventuele slaapproblemen bij jouw zoon of dochter gemakkelijk verminderen. Zeker als de slaapproblemen langer aanhouden, wordt aangeraden om bovenstaande tips te gebruiken en de problemen in ieder geval wat te verminderen.