Neuspoliepen: Diagnose en Behandeling

neuspoliepen-diagnose-behandeling.jpg

Mensen met neuspoliepen hebben last van goedaardige zwellingen of afwijkingen van het neusslijmvlies. Meestal ontstaan deze zwellingen in de zeefbeenholte, welke tussen de neus en ogen zit. Het is een van de vier neusbijholten. Vanuit de zeefbeenholte zakken de poliepen, als een soort zakje, in de neus, waardoor er klachten optreden. Gelukkig zijn neuspoliepen meestal goedaardig en zijn ze te behandelen.

Neuspoliepen: Risicogroepen

Het is meestal niet duidelijk wat de oorzaak is van neuspoliepen. Deze kunnen onder meer ontstaan door een overproductie van vocht in het slijmvlies, door een allergische neusontsteking. Bij een van de volgende klachten, heb je meer kans op poliepen in de neus:

Poliepen komen sneller voor bij volwassenen tussen de 30 en 40 jaar met astma of allergieën. Meestal heeft iemand last van poliepen aan allebei de neusholtes. Als ze aan één kant voorkomen, is dit vaak een teken van een kaakholteontsteking. Kinderen krijgen zelden last van neuspoliepen. Als dit wel het geval is, dan is cystische fibrose (taaislijmziekte) vaak de oorzaak. Bij deze chronische aandoening, zijn de neus, longen en neusbijholten continu ontstoken. Ook hebben mensen die roken, sneller kans op klachten.

Twee theorieën

Er is al veel onderzoek verricht om achter de precieze oorzaak van neuspoliepen te komen. Er zijn hier twee theorieën voor. Volgens de ene bewering is de bacterie Staphylococcus aureus de veroorzaker. Deze bacterie activeert het immuunsysteem, waardoor poliepvorming plaatsvindt.

De andere bewering suggereert, dat poliepen worden veroorzaakt door de schimmel Alternaria alternata. Als je hevig op deze schimmelbestanddelen reageert, wordt de bovenste laag van de huid en de slijmvliezen beschadigt, waardoor er weer ontstekingen ontstaan. Dit leidt weer tot poliepvorming.

Bekende symptomen

Neuspoliepen zijn meestal onschadelijk, maar kunnen wel vervelende klachten veroorzaken. Bekende symptomen zijn:

  • een verstopte neus
  • een verminderd reuk- en smaakvermogen
  • slechte adem
  • hoofdpijn en aangezichtspijn: deze klachten treden op, omdat poliepen de opening tussen de neusholte en bijholtes blokkeren, waardoor de slijmafvoer wordt geblokkeerd
  • verkouden gevoel
  • vol gevoel in het hoofd

De bovenstaande klachten worden meestal erger als je ligt. Hierdoor is het dan ook lastiger om in slaap te komen. Door je neus te druppelen met zout water of een stoombad te nemen, kun je de klachten tijdelijk wat verlichten.

Diagnose

Als je last hebt van bovenstaande klachten, controleert de huisarts met een speciaal instrumentje of je last hebt van neuspoliepen. Indien dit het geval is, word je doorverwezen naar de KNO-arts. Deze voert eerst een algemeen onderzoek uit, waarbij er in je neus wordt gekeken. Meestal zijn de neuspoliepen dan direct zichtbaar. Als dit niet zo is, dan wordt er een kijkonderzoek aan de neus uitgevoerd (neusendoscopie). Met een speciaal ‘kijkertje’ wordt er dan hoger en dieper in de neus gekeken. Dit onderzoek gebeurt onder plaatselijke verdoving. Het kan zijn dat er ook röntgenfoto’s van de neusbijholten worden gemaakt, zoals een sinusfoto of een CT-scan.

Behandeling

Om de neuspoliepen tegen te gaan, schrijft de arts meestal speciale neusdruppels, neusspray of tabletten met corticosteroïden voor. Hierdoor krimpen de poliepen, waardoor de klachten verdwijnen.

Operatie

Als de voorgeschreven medicijnen niet helpen, is een operatie (poliepextractie) noodzakelijk. Hierbij wordt, onder plaatselijke verdoving, het zichtbare gedeelte van de neuspoliep verwijderd. Een poliep in de bijholte kan niet worden weggehaald met deze operatie. Dit kan alleen door middel van een endoscopische neusbijholteoperatie. Het weefsel wat tijdens deze operatie verwijderd is, wordt altijd onderzocht door een patholoog-anatoom.

De eerste dagen na de operatie, kan er wat bloed of slijm uit de neus lopen. Ook mag je je neus de eerste dagen niet snuiten. Verder dien je de neus regelmatig te spoelen en schoon te houden met een zoutoplossing.

Na de behandeling

Na de operatie krijgen patiënten meestal een langdurige neusnevel met corticosteroïden, welke de groei van poliepen tegengaat. Toch kunnen neuspoliepen erg hardnekkig zijn. Ondanks een behandeling met medicijnen en een operatie, blijven deze bij sommige patiënten toch weer terugkomen. Dit komt vaker voor na een poliepextractie dan na een endoscopische neusbijholteoperatie. De poliepen zijn dan alleen uit de neus zelf verwijderd. Als de klachten terug blijven komen, dan kan er sprake zijn van een allergie of ontstekingen. Deze moeten dan behandeld worden. Vaak heeft een behandeling van de bovenste luchtwegen een zeer gunstig effect.

Weefselonderzoek

Kwaadaardige neuspoliepen komen bijna nooit voor. Als een poliep een afwijkend uiterlijk heeft en/of maar éénzijdig voorkomt, dan is het nodig om deze voor een deel of in zijn geheel te verwijderen. De patholoog-anatoom, oftewel de weefseldeskundige, kan dan een weefselonderzoek uitvoeren. Deze kan dan vaststellen of de neuspoliepen goed- of kwaadaardig zijn. Bij kwaadaardige poliepen is er sprake van neus- of keelholtekanker. Dit komt het meeste voor bij rokers, virusinfecties aan de neus en als iemand nikkelstof of houtzaagsel heeft ingeademd. In een vroeg stadium is deze vorm van kanker goed behandelbaar.